<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB1276</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T10:55:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB1276</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-04-05</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 00/196</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB1276">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB1276</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:26:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB1276 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 05-04-2001 / AWB 00/196</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB1276:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB1276:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
      <para>(zesde enkelvoudige kamer)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>No. AWB 00/196					5 april 2001</para>
      <para>	5130</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>A, te B, appellant,</para>
      <para>tegen</para>
      <para>de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te 's-Gravenhage, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr M.T. Veldhuizen, werkzaam bij verweerders ministerie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op 29 februari 2000 heeft het College van appellant een beroepschrift ontvangen, waarbij </para>
      <para>beroep wordt ingesteld tegen een besluit van verweerder van 4 februari 2000.</para>
      <para>Verweerder heeft op 14 juli 2000 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 februari 2001, waarbij partijen hun </para>
      <para>standpunten, verweerder aan de hand van een overgelegde pleitnota, nader hebben </para>
      <para>toegelicht.</para>
      <para>2.	De grondslag van het geschil</para>
      <para>	Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten </para>
      <para>en omstandigheden voor het College komen vast te staan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- Op 14 april 1999 heeft de maatschap A bij de uitvoeringsdienst LASER een </para>
      <para>formulier "aanvraag oppervlakten 1999 vereenvoudigde regeling en voederareaal" </para>
      <para>ingediend, waarbij hij 7,76 ha voederareaal (bijdragecode 805) heeft aangemeld.</para>
      <para>- Bij brief van 10 december 1999, verzonden op 17 december 1999, heeft LASER de </para>
      <para>aanvraag goedgekeurd en de definitieve oppervlakte voederareaal vastgesteld op </para>
      <para>7,76 ha. </para>
      <para>- Bij brief van 20 januari 2000 heeft appellant bezwaar gemaakt tegen voornoemd </para>
      <para>besluit.</para>
      <para>- Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het bestreden besluit</para>
      <para>Het bestreden besluit houdt onder meer het volgende in:</para>
      <para>"	Er is voor u een oppervlakte van 7,76 ha voederareaal geregistreerd, omdat u </para>
      <para>op het aanvraagformulier voor de oppervlakte snijma‹s de code voor het </para>
      <para>voederareaal (805) had opgegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uw argument dat u abusievelijk voor de oppervlakte snijma‹s bijdragecode 805 </para>
      <para>(bijdragecode voederareaal) i.p.v. code 815 (bijdragecode akkerbouwgewassen) </para>
      <para>heeft ingevuld op uw aanvraagformulier kan u niet baten. Gelet op het bepaalde </para>
      <para>in artikel 4, lid 2 van de Verordening 3887/92 en artikel 9 van de Regeling </para>
      <para>kunnen wijzigingen na de uiterste indiendatum van de aanvraag niet meer </para>
      <para>worden geaccepteerd, onder meer i.v.m. het gebrek aan controlemogelijkheden </para>
      <para>tijdens de beoordelingsperiode. De aanvrager is en blijft derhalve te allen tijde </para>
      <para>zelf verantwoordelijk voor het juist invullen van de aanvraag en het bijvoegen </para>
      <para>van de correcte bijlagen. Hij wordt daarbij gehouden aan de door hem </para>
      <para>verstrekte gegevens. Slechts indien er sprake is van een kennelijke vergissing </para>
      <para>kan van de op en bij het aanvraagformulier verstrekte gegevens worden </para>
      <para>afgeweken. Daarvan is in uw geval geen sprake. Het was voor LASER, gelet </para>
      <para>op de ingevulde gegevens op het aanvraagformulier, op het tijdstip van </para>
      <para>beoordeling van de aanvraag niet kenbaar, dat u eigenlijk een bijdrage voor de </para>
      <para>oppervlakte ma‹s wilde hebben. Daarbij merk ik op, dat u ook bij de totale </para>
      <para>oppervlakte voederareaal heeft opgegeven, dat de oppervlakte snijma‹s </para>
      <para>voederareaal was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Conclusie </para>
      <para>Ik verklaar uw bezwaren derhalve ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik merk nog op, dat uw bezwaren kennelijk ongegrond zijn. Daarom bent u niet </para>
      <para>voor een hoorzitting uitgenodigd."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	Het standpunt van appellant</para>
      <para>Appellant heeft ter ondersteuning van het beroep - samengevat - het volgende tegen het </para>
      <para>bestreden besluit aangevoerd.</para>
      <para>Appellant heeft bij de aanvraag oppervlakten 1999 abusievelijk voor de percelen 7, 10 en </para>
      <para>11, met een gezamenlijke grootte van 7,76 ha, de bijdragecode 805 (voederareaal) ingevuld </para>
      <para>in plaats van de bijdragecode 815 (vereenvoudigde regeling). Deze vergissing heeft er </para>
      <para>tevens toe geleid dat appellant bij de regel "totale oppervlakte voederareaal (bijdragecode </para>
      <para>800 en 805)" 7,76 ha heeft opgegeven.</para>
      <para>Dit betreft een kennelijke fout die voor correctie in aanmerking komt. Appellant heeft </para>
      <para>reeds meerdere jaren akkerbouwsteun aangevraagd en ontvangen, hetgeen ook in het </para>
      <para>onderhavige jaar 1999 de bedoeling was van appellant. </para>
      <para>Appellant was zich eerst na de brief van LASER van 17 december 1999 bewust van zijn </para>
      <para>vergissing, zodat hij niet meer tijdig - voor de uiterste indiendatum van de aanvraag - zijn </para>
      <para>vergissing kon herstellen.</para>
      <para>5.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>Verweerder heeft terecht geoordeeld dat aan het bezwaar van appellant slechts tegemoet </para>
      <para>zou kunnen worden gekomen en derhalve slechts alsnog akkerbouwsteun zou kunnen </para>
      <para>worden toegekend, indien zou moeten worden geoordeeld dat door appellant bij de </para>
      <para>aanvraag oppervlakten een klaarblijkelijke fout is gemaakt. Immers in dat geval is blijkens </para>
      <para>het bepaalde in artikel 5 bis van de verordening (EEG) 3887/92 ook na afloop van de </para>
      <para>uiterste datum voor de indiening van een aanvraag een wijziging daarvan mogelijk en zou </para>
      <para>het onrechtmatig zijn om appellant aan zijn aanvankelijke opgave te houden, zoals bij het </para>
      <para>bestreden besluit is gebeurd.</para>
      <para>Zoals het College reeds eerder heeft overwogen, is slechts sprake van een klaarblijkelijke </para>
      <para>fout indien objectief vaststaat dat de aanvankelijk gedane opgave kennelijk fout was. Zulks </para>
      <para>is het geval wanneer uit de aanvraag oppervlakten zelf blijkt dat de gedane opgave niet </para>
      <para>juist kan zijn. Het College is van oordeel dat verweerder op goede gronden tot de slotsom </para>
      <para>is gekomen dat in dit geval geen sprake is van een klaarblijkelijke fout in voormelde zin.  </para>
      <para>Gelet op het vorenstaande moet het beroep ongegrond worden verklaard.</para>
      <para>Het College acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing </para>
      <para>van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6.	De beslissing</para>
    <para />
    <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr W.E. Doolaard, in tegenwoordigheid van mr Th.J. van Gessel, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 5 april 2001.</para>
    <para />
    <para>w.g. W.E. Doolaard				w.g. Th.J. van Gessel</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>