<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB0878</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T10:01:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB0878</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-03-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 00/497</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0878">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0878</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:24:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB0878 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 21-03-2001 / AWB 00/497</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0878:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0878:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
      <para>(zesde enkelvoudige kamer)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>No. AWB 00/497							21 maart 2001</para>
      <para>	5135</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Maatschap A, te B, appellante,</para>
      <para>gemachtigde: mr M.M.D. Vermue, juridisch adviseur bij Accon te Middelburg, </para>
      <para>tegen</para>
      <para>de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te 's-Gravenhage, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr J.A. Diephuis, werkzaam bij verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op 13 juni 2000 heeft het College van appellante een beroepschrift ontvangen, waarbij </para>
      <para>beroep wordt ingesteld tegen een besluit van verweerder van 28 april 2000.</para>
      <para>Bij dit besluit heeft verweerder beslist op het bezwaar dat appellante heeft gemaakt tegen </para>
      <para>de beslissing die verweerder op grond van de Regeling EG-steunverlening </para>
      <para>akkerbouwgewassen (hierna: de Regeling) op de aanvraag oppervlakten 1999 van </para>
      <para>appellante heeft genomen.</para>
      <para>Appellante heeft bij brief van 6 juli 2000 de gronden van het beroep aangevuld.</para>
      <para>Verweerder heeft op 21 augustus 2000 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Op 28 februari 2001 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgevonden, waarbij partijen, </para>
      <para>appellante bij monde van haar vennoot C en verweerder bij monde van zijn gemachtigde, </para>
      <para>hun standpunten nader hebben doen toelichten.</para>
      <para>2.	De grondslag van het geschil</para>
      <para>Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten </para>
      <para>en omstandigheden voor het College komen vast te staan.</para>
      <para>- Op 10 mei 1999 heeft verweerders uitvoeringsdienst LASER een aanvraag </para>
      <para>oppervlakten 1999, vereenvoudigde regeling en voederareaal, van appellante </para>
      <para>ontvangen. Bij deze aanvraag heeft appellante voor de percelen met de volgnummers </para>
      <para>3, 4, 6 tot en met 14 en 16 de bijdragecodes 800 en 805 ingevuld. Deze bijdragecodes </para>
      <para>hebben betrekking op voederareaal. In het aanvraagformulier heeft appellante als </para>
      <para>totale oppervlakte voederareaal (bijdragecode 800 en 805) 15.78 ha vermeld.</para>
      <para>- Bij besluit van 9 december 1999 heeft verweerder aan appellante bericht dat haar </para>
      <para>aanvraag is goedgekeurd en dat de definitieve oppervlakte voederareaal ten behoeve </para>
      <para>van de Regeling dierlijke EG-premies voor appellante is vastgesteld op 15.46 ha.</para>
      <para>- Appellante heeft bij brief van 13 januari 2000 bezwaar gemaakt tegen voormeld </para>
      <para>besluit. Hierbij heeft zij aangevoerd dat zij zich bij haar aanvraag heeft vergist en dat </para>
      <para>in plaats van de bijdragecode 805 bijdragecode 815 had moeten worden ingevuld.    </para>
      <para>- Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.</para>
      <para>- Bij brief van 8 juni 2000 is namens appellante een reactie met betrekking tot het </para>
      <para>bestreden besluit aan LASER gezonden. Hierin wordt melding gemaakt van twee </para>
      <para>gevallen, waarin het bezwaar wel gegrond is verklaard. Op grond daarvan is namens </para>
      <para>appellante verzocht haar alsnog voor subsidie op grond van de Regeling in </para>
      <para>aanmerking te brengen.</para>
      <para>- Op 14 juni 2000 is van de zijde van verweerder telefonisch aan appellante </para>
      <para>meegedeeld dat niet op het bestreden besluit wordt teruggekomen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het bestreden besluit</para>
      <para>Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van appellante kennelijk ongegrond </para>
      <para>verklaard.</para>
      <para>Hierbij heeft verweerder gesteld dat het bezwaar feitelijk een verzoek is om de ingediende </para>
      <para>aanvraag te corrigeren. Een dergelijk verzoek kan niet worden ingewilligd nu immers de </para>
      <para>door appellante gestelde fout niet kan worden aangemerkt als een manifeste fout, die </para>
      <para>aanleiding had behoren te geven tot het bieden van de mogelijkheid de aanvraag nog te </para>
      <para>wijzigen. De aanvraag behelsde geen duidelijke onjuistheden of tegenstrijdigheden, zodat </para>
      <para>ervan uitgegaan mocht worden dat appellante geen akkerbouwbijdrage wilde aanvragen, </para>
      <para>maar voederareaal wenste op te geven. Verweerder verwijst in dit verband naar het </para>
      <para>werkdocument van de Europese Commissie van 18 januari 1999.</para>
      <para>In het verweerschrift en ter zitting heeft verweerder hier aan toegevoegd dat de </para>
      <para>omstandigheid dat appellante in eerdere jaren het aanvraagformulier wel juist heeft </para>
      <para>ingevuld, alsmede het feit dat eerder slechts een geringe oppervlakte als voederareaal is </para>
      <para>opgegeven, er niet aan kan afdoen dat geen sprake is van een manifeste fout.</para>
      <para>Met betrekking tot het eerst na de totstandkoming van het bestreden besluit door appellante </para>
      <para>gedane beroep op het gelijkheidsbeginsel is namens verweerder ter zitting opgemerkt dat </para>
      <para>niet is nagegaan of sprake is van gelijke gevallen en dat, indien dit het geval mocht zijn, in </para>
      <para>die andere gevallen een fout is gemaakt. </para>
      <para>4.	Het standpunt van appellante</para>
      <para>Appellante heeft ter ondersteuning van het beroep - samengevat - het volgende tegen het </para>
      <para>bestreden besluit aangevoerd.</para>
      <para>Appellante heeft in eerdere jaren ook subsidie op grond van de Regeling gevraagd, waarbij </para>
      <para>wel de juiste bijdragecodes zijn ingevuld. In de aanvraagformulieren voor 1997 en 1998 </para>
      <para>werd bij de totalen nog een uitsplitsing gemaakt naar oppervlakten voederareaal en </para>
      <para>akkerbouwgewassen, waardoor de indiener er nog eens aan werd herinnerd dat er een </para>
      <para>verschil zit in de bijdragecodes. Dit is niet het geval in het aanvraagformulier voor 1999. </para>
      <para>De fout in de aanvraag is onbewust en door verwarring gemaakt. Nu appellante in eerdere </para>
      <para>jaren slechts een geringe oppervlakte van circa 4 hectare aan voederareaal heeft opgegeven, </para>
      <para>had LASER - mede gelet op hetgeen hiervoor over het gewijzigde aanvraagformulier is </para>
      <para>opgemerkt - kunnen vermoeden dat een fout is gemaakt.</para>
      <para>Appellante stelt dat sprake is van een geringe fout, waarvoor zij zwaar wordt gestraft.</para>
      <para>5.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>Het College stelt voorop dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt stelt dat </para>
      <para>slechts aan het bezwaar van appellante tegemoet zou kunnen worden gekomen indien zou </para>
      <para>moeten worden geoordeeld dat door appellante bij haar aanvraag oppervlakten een </para>
      <para>klaarblijkelijke fout is gemaakt. Immers alleen in dat geval is het blijkens artikel 5bis van </para>
      <para>Verordening (EEG) nr. 3887/92 ook na afloop van de uiterste indieningsdatum van een </para>
      <para>aanvraag mogelijk die aanvraag te wijzigen en zou het onrechtmatig zijn appellante aan </para>
      <para>haar aanvankelijke opgave te houden.</para>
      <para>Zoals het College reeds eerder heeft overwogen, is slechts sprake van een klaarblijkelijke </para>
      <para>fout indien objectief vaststaat dat de aanvankelijke opgave kennelijk fout was. Dit is het </para>
      <para>geval wanneer uit de aanvraag oppervlakten zelf blijkt dat de gedane opgave niet juist kan </para>
      <para>zijn.</para>
      <para>Hiervan is in het onderhavige geval geen sprake. De aanvraag bevat immers geen </para>
      <para>ongerijmdheden. De omstandigheid dat appellante in de voorafgaande jaren een geringe(re) </para>
      <para>oppervlakte voederareaal heeft opgegeven blijkt immers niet uit de onderhavige aanvraag </para>
      <para>zelf. Bovendien staat het een producent vrij op grond van hem moverende redenen in enig </para>
      <para>jaar tot opgave van een groter voederareaal over te gaan.</para>
      <para>Voorzover appellante haar beroep op het gelijkheidsbeginsel heeft willen handhaven, merkt </para>
      <para>het College op dat zij heeft nagelaten aan te geven waarom de twee gevallen waar zij naar </para>
      <para>verwijst naar haar opvatting rechtens vergelijkbaar zijn. Reeds om die reden kan aan dit </para>
      <para>beroep voorbij worden gegaan.  </para>
      <para>Op grond van het vorenstaande was verweerder gehouden te beslissen, zoals hij bij het </para>
      <para>bestreden besluit heeft gedaan. Het beroep moet daarom ongegrond worden verklaard.</para>
      <para>Het College acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing </para>
      <para>van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	De beslissing</para>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr M.A. van der Ham in tegenwoordigheid van mr F.W. du Marchie Sarvaas, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2001.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>w.g. M.A. van der Ham	w.g. F.W. du Marchie Sarvaas</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>