<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB0876</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T00:00:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB0876</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-03-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 00/479</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0876">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0876</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:24:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB0876 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 21-03-2001 / AWB 00/479</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0876:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0876:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
      <para>(zesde enkelvoudige kamer)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>No. AWB 00/479						21 maart 2001</para>
      <para>	5135</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Maatschap A, te B, appellante,</para>
      <para>tegen</para>
      <para>de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te 's-Gravenhage, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr J.A. Diephuis, werkzaam bij verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op 7 juni 2000 heeft het College van appellante een beroepschrift ontvangen, waarbij </para>
      <para>beroep wordt ingesteld tegen een op 30 mei 2000 verzonden besluit van verweerder van </para>
      <para>29 mei 2000.</para>
      <para>Bij dit besluit heeft verweerder beslist op het bezwaar dat appellante heeft gemaakt tegen </para>
      <para>de beslissing die verweerder op de aanvraag van appellante op grond van de Regeling EG-</para>
      <para>steunverlening akkerbouwgewassen (hierna: de Regeling) heeft genomen.</para>
      <para>Verweerder heeft op 22 augustus 2000 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Op 28 februari 2001 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgevonden, waarbij partijen, </para>
      <para>appellante bij monde van haar vennoot C en verweerder bij monde van zijn gemachtigde, </para>
      <para>hun standpunten nader hebben toegelicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De grondslag van het geschil</para>
      <para>Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten </para>
      <para>en omstandigheden voor het College komen vast te staan.</para>
      <para>- Op 9 april 1999 heeft verweerders uitvoeringsdienst LASER een aanvraag </para>
      <para>oppervlakten 1999, vereenvoudigde regeling en voederareaal, van appellante </para>
      <para>ontvangen. In de aanvraag heeft appellante voor perceel 2 de gewascode 234 </para>
      <para>(zomertarwe), een oppervlakte van 4.9 ha en de bijdragecode 810 vermeld. Bij </para>
      <para>perceel 1 heeft appellante de bijdragecode voor HPA-regelingen (875) vermeld, bij </para>
      <para>alle overige percelen (volgnummers 3 tot en met 14) de code 999; dit betekent "niet </para>
      <para>voor bijdrage". </para>
      <para>- Op 1 juni 1999 heeft verweerder van appellante een gewijzigd aanvraagformulier </para>
      <para>ontvangen. Hierin heeft appellante voorzover hier van belang de oppervlakte van </para>
      <para>perceel 2 gewijzigd in 3.9 ha.</para>
      <para>- Bij besluit van 6 december 1999 heeft verweerder appellante meegedeeld dat haar </para>
      <para>aanvraag is goedgekeurd en dat haar aanvraag voor akkerbouwsubsidie is </para>
      <para>toegewezen voor een bedrag van fl. 3.315,86. Blijkens de bij dit besluit behorende </para>
      <para>bijlage heeft dit betrekking op een oppervlakte van 3.9 ha overige granen.</para>
      <para>- Bij brief van 13 december 1999 heeft appellante tegen voormeld besluit bezwaar </para>
      <para>gemaakt. Hierbij heeft zij meegedeeld dat bij de opgave voor de percelen 9 en 10 een </para>
      <para>fout is gemaakt en dat de gewascode voor beide percelen 234 moet zijn en de </para>
      <para>bijdragecode 810. Voorts heeft zij opgemerkt dat van perceel 10 een oppervlakte van </para>
      <para>0.5 ha wordt gebruikt voor tarwe. Bij het bezwaarschrift heeft appellante een afschrift </para>
      <para>van de landbouwtellingsgegevens 1999 overgelegd. </para>
      <para>- Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het bestreden besluit</para>
      <para>Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van appellante kennelijk ongegrond </para>
      <para>verklaard. Hiertoe heeft verweerder het volgende overwogen.</para>
      <para>Appellante is als producent verantwoordelijk voor een juiste invulling van haar aanvraag. </para>
      <para>Op grond van de toepasselijke regelgeving kan een aanvraag na het verstrijken van de </para>
      <para>daarvoor geldende indieningstermijn alleen worden gewijzigd indien sprake is van een </para>
      <para>duidelijke fout. De Europese Commissie heeft in een werkdocument van 18 januari 1999 </para>
      <para>invulling gegeven aan dit begrip. In het onderhavige geval is geen sprake van een </para>
      <para>tegenstrijdigheid in de aanvraag, terwijl de aanvraag ook niet onlogisch, onvolledig of </para>
      <para>inconsequent is ingevuld. </para>
      <para>In dit verband merkt verweerder op dat ook het feit dat appellante bij de onderhavige </para>
      <para>percelen de productieregio heeft ingevuld, terwijl dit slechts is voorgeschreven voor </para>
      <para>percelen, die voor akkerbouwsubsidie in aanmerking worden gebracht, niet als een </para>
      <para>aanwijzing van een duidelijke fout of vergissing kan worden aangemerkt. Appellante heeft </para>
      <para>immers in haar aanvraag bij (vrijwel) alle percelen, derhalve ook de percelen die zij voor </para>
      <para>HPA-regelingen heeft opgegeven en de percelen, die gelet op de aard van het gewas niet </para>
      <para>voor subsidie in aanmerking komen, de productieregio vermeld.</para>
      <para>Nu derhalve de door appellante gestelde fout niet kan worden aangemerkt als een </para>
      <para>duidelijke fout, die aanleiding had behoren te geven tot het bieden van de mogelijkheid de </para>
      <para>aanvraag na het verstrijken van de daarvoor geldende indieningstermijn te wijzigen, komt </para>
      <para>zij niet in aanmerking voor subsidie met betrekking tot de percelen 9 en (gedeeltelijk) 10. </para>
      <para>De door appellante in bezwaar overgelegde landbouwtellingsgegevens doen hier niet aan </para>
      <para>af.</para>
      <para>Ter zitting is namens verweerder opgemerkt dat het feit dat de door appellante na het </para>
      <para>verstrijken van de indieningstermijn doorgegeven wijziging van de oppervlakte van perceel </para>
      <para>2 wel is aanvaard, aan het vorenstaande niet af kan doen. Een dergelijke wijziging dient ter </para>
      <para>voorkoming van een eventuele sanctie en is van geheel andere aard dan een wijziging in de </para>
      <para>bijdragecode.</para>
      <para>4.	Het standpunt van appellante</para>
      <para>Appellante heeft ter ondersteuning van het beroep - samengevat - het volgende tegen het </para>
      <para>bestreden besluit aangevoerd.</para>
      <para>Voor perceel 10 geldt dat dit voor een oppervlakte van 6.5 ha in gebruik is voor tulpenteelt </para>
      <para>en de overige 0.5 ha voor tarwe. Voor deze laatste oppervlakte, die in de aanvraag is </para>
      <para>opgegeven als perceel met het volgnummer 14, is sprake van een in de aanvraag onjuist </para>
      <para>ingevulde gewas- en bijdragecode. Appellante heeft er begrip voor dat bij een dergelijke </para>
      <para>dubbele fout geen subsidie wordt toegekend. </para>
      <para>De door appellante bij perceel 9 vermelde gewascode was echter wel juist; appellante heeft </para>
      <para>zich bij dit perceel slechts vergist in de bijdragecode. Zij acht het niet redelijk dat </para>
      <para>verweerder de wijziging met betrekking tot de oppervlakte van perceel 2, welke wijziging </para>
      <para>in het nadeel van appellante was, wel heeft geaccepteerd, doch de latere wijziging met </para>
      <para>betrekking tot de bijdragecode van perceel 9 niet.</para>
      <para>5.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>Het College stelt voorop dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt stelt dat </para>
      <para>slechts aan het bezwaar van appellante tegemoet zou kunnen worden gekomen indien zou </para>
      <para>moeten worden geoordeeld dat door appellante bij haar aanvraag oppervlakten een </para>
      <para>klaarblijkelijke fout is gemaakt. Immers alleen in dat geval is het blijkens artikel 5bis van </para>
      <para>Verordening (EEG) nr. 3887/92 ook na afloop van de uiterste indieningsdatum van een </para>
      <para>aanvraag mogelijk die aanvraag te wijzigen en zou het onrechtmatig zijn appellante aan </para>
      <para>haar aanvankelijke opgave te houden.</para>
      <para>Zoals het College reeds eerder heeft overwogen, is slechts sprake van een klaarblijkelijke </para>
      <para>fout indien objectief vaststaat dat de aanvankelijke opgave kennelijk fout was. Dit is het </para>
      <para>geval wanneer uit de aanvraag oppervlakten zelf blijkt dat de gedane opgave niet juist kan </para>
      <para>zijn.</para>
      <para>Hiervan is in het onderhavige geval geen sprake. De aanvraag bevat immers geen </para>
      <para>ongerijmdheden. Het staat een producent immers vrij een perceel om hem moverende </para>
      <para>redenen niet voor subsidie in aanmerking te brengen.</para>
      <para>De omstandigheid dat verweerder de wijziging van de oppervlakte van perceel 9 wel heeft </para>
      <para>geaccepteerd kan hier evenmin aan afdoen. Het aanvaarden van een dergelijke wijziging </para>
      <para>heeft immers tot - het voor de aanvrager gunstige - gevolg dat na een eventuele latere AID-</para>
      <para>controle geen sanctie in verband met een te hoog opgegeven oppervlakte wordt toegepast. </para>
      <para>Op grond van het vorenstaande was verweerder gehouden te beslissen, zoals hij bij het </para>
      <para>bestreden besluit heeft gedaan. Het beroep moet daarom ongegrond worden verklaard.</para>
      <para>Het College acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing </para>
      <para>van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	De beslissing</para>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr M.A. van der Ham in tegenwoordigheid van mr F.W. du Marchie Sarvaas, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2001.</para>
    <para />
    <para>w.g. M.A. van der Ham	w.g. F.W. du Marchie Sarvaas</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>