<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB0875</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T09:30:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB0875</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-03-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 00/444</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0875">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0875</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:24:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB0875 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 21-03-2001 / AWB 00/444</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0875:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0875:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
      <para>(zesde enkelvoudige kamer)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>No. AWB 00/444							21 maart 2001</para>
      <para>	5135</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Firma A, te B, appellante,</para>
      <para>tegen</para>
      <para>de Minister van Landbouw Natuurbeheer en Visserij, te 's-Gravenhage, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr J.A. Diephuis, werkzaam bij verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op 31 mei 2000 heeft het College van appellante een beroepschrift ontvangen, waarbij </para>
      <para>beroep wordt ingesteld tegen een op 21 april 2000 verzonden besluit van verweerder.</para>
      <para>Bij dit besluit heeft verweerder beslist op het bezwaar dat appellante heeft gemaakt tegen </para>
      <para>een besluit van 8 december 1999, genomen naar aanleiding van een aanvraag van </para>
      <para>appellante op grond van de Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen </para>
      <para>(hierna: de Regeling).</para>
      <para>Bij een op 28 juni 2000 ter griffie ontvangen brief heeft appellante de gronden voor het </para>
      <para>beroep aangevuld.</para>
      <para>Verweerder heeft op 16 augustus 2000 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Het College heeft de zaak onderzocht ter zitting van 21 februari 2001, alwaar partijen</para>
      <para>- appellante bij monde van C en D en verweerder bij gemachtigde - hun standpunten nader </para>
      <para>hebben toegelicht.  </para>
      <para>2.	De grondslag van het geschil</para>
      <para>2.1	De toepasselijke regelgeving</para>
      <para>Ingevolge artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bedraagt de </para>
      <para>termijn voor het indienen van een bezwaarschrift 6 weken. Ingevolge artikel 6:8 Awb </para>
      <para>vangt de termijn aan met ingang van de dag na die, waarop het besluit op de </para>
      <para>voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Artikel 6:11 van de Awb bepaalt vervolgens dat </para>
      <para>ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet-</para>
      <para>ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan </para>
      <para>worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.</para>
      <para>2.2	Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten </para>
      <para>en omstandigheden voor het College komen vast te staan.</para>
      <para>-	Appellante heeft op 28 april 1999 een aanvraag oppervlakten 1999, vereenvoudigde </para>
      <para>regeling en voederareaal, ingediend. Daarbij heeft zij achter de percelen met </para>
      <para>volgnummer 7, 8 en 10 gewascode 259 (snijma‹s) en als bijdragecode 805 </para>
      <para>(voederareaal) ingevuld.</para>
      <para>-	Nadat verweerders uitvoeringsdienst Laser schriftelijk en mondeling contact heeft </para>
      <para>gehad met appellante omtrent onduidelijkheden betreffende de door appellante </para>
      <para>opgegeven percelen met de volgnummers 2 en 4, heeft verweerder appellante bij </para>
      <para>besluit van 8 december 1999 meegedeeld dat haar aanvraag is goedgekeurd en dat de </para>
      <para>definitieve oppervlakte voederareaal, in hectares, ten behoeve van de regeling </para>
      <para>dierlijke EG-premies is vastgesteld op 31.02 ha.</para>
      <para>-	Op 3 februari 2000 heeft appellante tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend, </para>
      <para>waarin zij meedeelt dat zij, toen de door haar verwachte ma‹spremie niet werd </para>
      <para>uitbetaald, op 31 januari 2000 telefonisch contact heeft gehad met verweerders </para>
      <para>uitvoeringsdienst Laser. Uit dit gesprek is haar gebleken dat zij abusievelijk een </para>
      <para>onjuiste bijdragecode heeft vermeld achter de ma‹spercelen. Zij had ma‹spremie </para>
      <para>willen vragen en had dus code 815 moeten gebruiken. Zij verzoekt deze fout alsnog </para>
      <para>te herstellen.</para>
      <para>-	Bij brief van 11 februari 2000 vraagt verweerder vervolgens aan te geven welke </para>
      <para>omstandigheden er toe hebben geleid dat het bezwaarschrift niet tijdig werd </para>
      <para>ingediend.</para>
      <para>-	Bij brief van 15 februari deelt appellante mee het besluit van 8 december 2000 aldus </para>
      <para>te hebben gelezen dat de aanvraag, mede gelet op de aanvraagprocedure en de </para>
      <para>aanvullingen daarop, goedgekeurd zou zijn. Appellante verwachtte dat met de </para>
      <para>goedkeuring van de aanvraag de door haar verwachte ma‹spremie zou worden </para>
      <para>uitbetaald.</para>
      <para>-	Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het bestreden besluit</para>
      <para>Het bestreden besluit houdt - samengevat - het volgende in.</para>
      <para>Op grond van het door appellante ingevulde aanvraagformulier, waarop uitsluitend </para>
      <para>voederareaal werd opgegeven, heeft verweerder bij het primaire besluit van 8 december </para>
      <para>1999 de definitieve oppervlakte voederareaal vastgesteld op 31.02 ha. Ook op de bijlage bij </para>
      <para>dit besluit staat duidelijk vermeld dat er een oppervlakte voederareaal is vastgesteld. </para>
      <para>Verweerder ziet niet in waarom appellante aanvankelijk meende dat zij in de goedkeuring </para>
      <para>van haar aanvraag kon lezen dat haar ma‹spremie was toegekend. In ieder geval leidt dit er </para>
      <para>niet toe dat de overschrijding van de termijn voor het maken van bezwaar daarmee </para>
      <para>verschoonbaar wordt. Verweerder acht het bezwaarschrift daarom kennelijk niet-</para>
      <para>ontvankelijk </para>
      <para>4.	Het standpunt van appellant</para>
      <para>Appellante heeft ter ondersteuning van het beroep herhaald dat zij er op mocht rekenen dat </para>
      <para>de goedkeuring van haar aanvraag inhield dat zij betaling van ma‹spremie mocht </para>
      <para>verwachten. Daarnaast beroept zij zich er op dat zij niet de dupe wenst te worden van het </para>
      <para>vertrouwen dat zij heeft gesteld in ambtenaren van Laser. Ter zitting heeft appellante nog </para>
      <para>opgemerkt dat ambtenaren van Laser het aanvraagformulier op 6 oktober 1999 hebben </para>
      <para>gewijzigd. Appellante veronderstelt dat bij de uiteindelijke beslissing gebruik is gemaakt </para>
      <para>van het oorspronkelijk ingediende en niet het later aangepaste formulier. Ter ondersteuning </para>
      <para>van dit betoog heeft appellante ter zitting een kopie overgelegd van het aanvraagformulier </para>
      <para>zoals dat er - volgens haar - na correctie door ambtenaren van Laser uit ziet.</para>
      <para>5.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat door appellante tegen het besluit van verweerder van </para>
      <para>8 december 1999, waarbij haar aanvraag op grond van de Regeling EG-steunverlening </para>
      <para>akkerbouwgewassen werd goedgekeurd en waarbij voor appellante een definitieve </para>
      <para>oppervlakte voederareaal werd vastgesteld, niet binnen de in artikel 6:7 van de Awb </para>
      <para>genoemde termijn van 6 weken beroep bezwaar werd gemaakt.</para>
      <para>Desgevraagd heeft appellante verweerder meegedeeld dat de termijnoverschrijding </para>
      <para>verklaarbaar is uit het feit dat haar aanvrage, blijkens de brief van </para>
      <para>8 december 1999 was goedgekeurd. Appellante, die in de veronderstelling verkeerde </para>
      <para>ma‹spremie te hebben aangevraagd, zag toen geen enkele reden tot het maken van bezwaar. </para>
      <para>Pas later, toen appellante contact opnam met Laser over het uitblijven van de ma‹spremie, </para>
      <para>bemerkte zij dat abusievelijk niet de bijdragecode voor akkerbouwsteun, maar die voor </para>
      <para>voederareaal op de aanvraag was ingevuld. Vervolgens heeft zij direct alsnog bezwaar </para>
      <para>gemaakt.</para>
      <para>Het College oordeelt dat verweerder zich goede gronden op het standpunt stelt dat deze </para>
      <para>omstandigheid niet kan leiden tot de conclusie dat appellante redelijkerwijs geen verwijt </para>
      <para>treft van de termijnoverschrijding. Het College overweegt daartoe dat in de beslissing van </para>
      <para>verweerder duidelijk staat vermeld dat er een definitieve oppervlakte voederareaal is </para>
      <para>vastgesteld, dat dit in de bijlage bij het besluit nog eens herhaald is en dat nergens in het </para>
      <para>besluit een aanwijzing is te vinden dat er ook akkerbouwsubsidie zou zijn toegekend. Dat </para>
      <para>appellante meende dat dit wel gebeurd zou zijn kan niet berusten op de inhoud van het haar </para>
      <para>toegezonden besluit. De slotsom is daarom dat verweerder het bezwaar van appellante </para>
      <para>terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.</para>
      <para>De stelling van appellante dat zij niet de dupe wenst te worden van het vertrouwen dat zij </para>
      <para>heeft gehad in ambtenaren van Laser - wat daar ook van zij - kan er op geen enkele wijze </para>
      <para>toe leiden dat zij mocht veronderstellen dat voor haar de 6 weken termijn voor het maken </para>
      <para>van bezwaar niet zou gelden. Het College wijst er in dit verband nog op dat de contacten </para>
      <para>met Laser, waar appellante op doelt, betrekking hadden op de inhoud van haar </para>
      <para>aanvraagformulier en dateren van voor de totstandkoming van het besluit van </para>
      <para>8 december 1999.</para>
      <para>Aangezien ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan </para>
      <para>moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit onrechtmatig is, dient het beroep </para>
      <para>ongegrond te worden verklaard.</para>
      <para>Het College acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing </para>
      <para>van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	De beslissing</para>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr M.A. van der Ham in tegenwoordigheid van mr F.W. du Marchie Sarvaas, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2001.</para>
    <para />
    <para />
    <para>w.g. M.A. van der Ham	w.g. F.W. du Marchie Sarvaas</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>