<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB0874</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T11:36:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB0874</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-03-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 00/439</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0874">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0874</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:24:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB0874 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 21-03-2001 / AWB 00/439</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0874:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0874:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
      <para>(zesde enkelvoudige kamer)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>No. AWB 00/439						21 maart 2001</para>
      <para>	5135</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>A, te B, appellant,</para>
      <para>tegen</para>
      <para>de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te 's-Gravenhage verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr I. Opsomer, werkzaam bij verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op 30 mei 2000 heeft het College van appellant een beroepschrift ontvangen, waarbij </para>
      <para>beroep wordt ingesteld tegen een op 21 april 2000 verzonden besluit van verweerder van </para>
      <para>17 april 2000.</para>
      <para>Bij dit besluit heeft verweerder beslist op het bezwaar dat appellant heeft gemaakt tegen de </para>
      <para>beslissing die verweerder op de aanvraag van appellant op grond van de Regeling EG-</para>
      <para>steunverlening akkerbouwgewassen heeft genomen.</para>
      <para>Verweerder heeft op 7 juli 2000 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Op 21 februari 2001 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgevonden, waarbij verweerder bij </para>
      <para>monde van zijn gemachtigde zijn standpunt nader heeft toegelicht. Appellant is niet ter </para>
      <para>zitting verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De grondslag van het geschil</para>
      <para>Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten </para>
      <para>en omstandigheden voor het College komen vast te staan.</para>
      <para>- Op 14 mei 1999 heeft verweerders uitvoeringsdienst LASER een aanvraag </para>
      <para>oppervlakten 1999, vereenvoudigde regeling en voederareaal, van appellant </para>
      <para>ontvangen. In de aanvraag heeft appellant bij de percelen met de volgnummers 2, 3 </para>
      <para>en 5 tot en met 9 als bijdragecode 800 of 805, hetgeen staat voor voederareaal, </para>
      <para>opgegeven.</para>
      <para>- Bij besluit van 10 december 1999 heeft verweerder aan appellant bericht dat zijn </para>
      <para>aanvraag is goedgekeurd en dat de definitieve oppervlakte voederareaal ten behoeve </para>
      <para>van de Regeling dierlijke EG-premies voor appellant is vastgesteld op 12.23 ha.</para>
      <para>- Bij brief aan LASER van 9 februari 2000 heeft appellant gesteld dat hij in de </para>
      <para>veronderstelling was dat zijn aanvraag voor ma‹spremie was goedgekeurd, doch </para>
      <para>inmiddels uit telefonische informatie van LASER heeft begrepen dat hij zijn </para>
      <para>aanvraag verkeerd had ingevuld en dat de goedkeuring slechts betrekking heeft op </para>
      <para>voederareaal. In deze brief verzoekt appellant zijn aanvraag te wijzigen in die zin dat </para>
      <para>de door hem opgegeven bijdragecode 805 (voederareaal) wordt gewijzigd in </para>
      <para>bijdragecode 815. </para>
      <para>- Bij brief van 18 februari 2000 heeft verweerder de ontvangst van de door hem als </para>
      <para>bezwaarschrift aangeduide brief van 9 februari 2000 aan appellant bevestigd. Hierbij </para>
      <para>heeft verweerder tevens aangegeven dat, nu het op 14 februari 2000 ingekomen </para>
      <para>bezwaar is gericht tegen een op 10 december 1999 verzonden besluit, de </para>
      <para>bezwaartermijn is overschreden, zodat het bezwaar niet-ontvankelijk moet worden </para>
      <para>tenzij appellant aantoont dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is.</para>
      <para>- Bij brieven van 20 februari 2000 en 12 maart 2000 heeft appellant aangegeven dat hij </para>
      <para>uit een publicatie in het tijdschrift De Boerderij had begrepen dat subsidietoekenning </para>
      <para>op grond van de Regeling later dan gebruikelijk zou plaatsvinden, zodat hij niet </para>
      <para>eerder tegen het uitblijven van subsidiebetaling heeft geageerd.</para>
      <para>- Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het bestreden besluit</para>
      <para>Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van appellant kennelijk niet-</para>
      <para>ontvankelijk verklaard.</para>
      <para>Er is geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding, nu bij het besluit van </para>
      <para>10 december 1999 slechts voederareaal voor het bedrijf van appellant is vastgesteld. Ook in </para>
      <para>de bijlage bij dit besluit is slechts sprake van voederareaal. Appellant had zich derhalve </para>
      <para>moeten realiseren dat bij dit besluit geen subsidie ingevolge de Regeling is vastgesteld.</para>
      <para>In het verweerschrift en ter zitting heeft verweerder gewezen op artikel 6:11 van de </para>
      <para>Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat dwingend voorschrijft dat niet-</para>
      <para>ontvankelijkverklaring slechts achterwege blijft indien redelijkerwijs niet kan worden </para>
      <para>geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Hiervan is in het onderhavige geval geen </para>
      <para>sprake. De omstandigheid dat, zoals appellant stelt, in het verleden de aanvraag in zijn </para>
      <para>aanwezigheid werd gecontroleerd, doet niet af aan de verantwoordelijkheid van appellant </para>
      <para>voor een juiste indiening van de aanvraag. Gelet op het vorenstaande kon verweerder dan </para>
      <para>ook geen andere beslissing nemen, dan bij het bestreden besluit is geschied.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	Het standpunt van appellant</para>
      <para>Appellant heeft ter ondersteuning van het beroep - samengevat - het volgende tegen het </para>
      <para>bestreden besluit aangevoerd.</para>
      <para>Appellant erkent dat hij een fout heeft gemaakt bij het invullen van zijn aanvraag, door </para>
      <para>abusievelijk bijdragecode 805 in te vullen, terwijl hij bedoelde bijdragecode 815 op te </para>
      <para>nemen. In het zijdens verweerder verstrekte voorbeeld van een ingevulde aanvraag </para>
      <para>oppervlakten 1999, vereenvoudigde regeling en voederareaal, wordt snijma‹s </para>
      <para>(gewascode 259) zowel met bijdragecode 805 als bijdragecode 815 vermeld, hetgeen zeer </para>
      <para>verwarrend is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar aanleiding van een publicatie in De Boerderij heeft appellant gewacht informatie naar </para>
      <para>het uitblijven van subsidie in te winnen tot begin februari 2000. Pas door het </para>
      <para>telefoongesprek met LASER begreep appellant dat hij een fout had gemaakt bij het </para>
      <para>invullen van de aanvraag. Hij heeft toen onmiddellijk bezwaar gemaakt en verzocht de </para>
      <para>zaak recht te zetten. </para>
      <para>In het verleden diende appellant zijn aanvraag oppervlakten in persoon in bij LASER in </para>
      <para>Deventer en werd deze in zijn aanwezigheid gecontroleerd. In 1999 moest de aanvraag </para>
      <para>voor het eerst naar Zeist worden opgestuurd. Naar de opvatting van appellant zou zijn </para>
      <para>aanvraag wel zijn gehonoreerd indien hij deze gewoon zelf naar Deventer had kunnen </para>
      <para>brengen.</para>
      <para>Appellant vindt dat verweerder de regels wel erg strak hanteert en stelt dat de subsidie op </para>
      <para>grond van de Regeling voor zijn bedrijf onmisbaar is.</para>
      <para>5.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>Het geschil spitst zich toe op de vraag of verweerder het bezwaarschrift van appellant </para>
      <para>terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het College beantwoordt die vraag bevestigend, </para>
      <para>waartoe het volgende wordt overwogen.</para>
      <para>Niet in geschil is dat het bezwaar van appellant is ingediend na het verstrijken van de </para>
      <para>termijn van zes weken, als bedoeld in artikel 6:7 Awb. Derhalve kan ingevolge artikel 6:11 </para>
      <para>van de Awb slechts sprake zijn van een ontvankelijk bezwaar, indien redelijkerwijs niet </para>
      <para>kan worden geoordeeld dat appellant in verzuim is geweest.</para>
      <para>Nu in het primaire besluit weliswaar is meegedeeld dat de aanvraag van appellant is </para>
      <para>goedgekeurd, doch in dat besluit en de daarbij behorende bijlage slechts melding wordt </para>
      <para>gemaakt van ten behoeve van appellant vastgesteld voederareaal, heeft appellant op grond </para>
      <para>van de inhoud van dit besluit niet mogen aannemen dat de door hem beoogde subsidie voor </para>
      <para>akkerbouwgewassen op grond van de Regeling was toegekend. </para>
      <para>De omstandigheid dat appellant in eerdere jaren wel in aanmerking is gekomen voor </para>
      <para>ma‹spremie maakt dit niet anders. Naar het oordeel van het College ligt het, juist nu </para>
      <para>appellant ervaring heeft met de toepassing van de Regeling, eerder in de rede dat het hem </para>
      <para>zou zijn opgevallen dat de primaire beschikking geen toekenning van akkerbouwsubsidie </para>
      <para>inhield. </para>
      <para>Nu van een verschoonbaar te laat indienen van het bezwaarschrift geen sprake is, was </para>
      <para>verweerder gehouden appellant niet-ontvankelijk te verklaren. </para>
      <para>Reeds om die reden is het beroep ongegrond.</para>
      <para>Het College acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing </para>
      <para>van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	De beslissing</para>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr M.A. van der Ham in tegenwoordigheid van mr F.W. du Marchie Sarvaas, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2001.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>w.g. M.A. van der Ham	w.g. F.W. du Marchie Sarvaas</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>