<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB0872</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T09:19:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB0872</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-03-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 00/438</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0872">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0872</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:24:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB0872 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 21-03-2001 / AWB 00/438</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0872:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0872:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
      <para>(zesde enkelvoudige kamer)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>No. AWB 00/438						21 maart 2001</para>
      <para>	5135</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Maatschap A, te B, appellante,</para>
      <para>Tegen</para>
      <para>De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te 's-Gravenhage, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr J.A. Diephuis, werkzaam bij verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op 30 mei 2000 heeft het College van appellante een beroepschrift ontvangen, waarbij </para>
      <para>beroep wordt ingesteld tegen een op 9 mei 2000 verzonden besluit van verweerder. </para>
      <para>Bij dit besluit heeft verweerder beslist op het bezwaar dat appellante heeft gemaakt tegen </para>
      <para>de beslissing die verweerder op de aanvraag van appellante ingevolge de Regeling EG-</para>
      <para>steunverlening akkerbouwgewassen (hierna: de Regeling) heeft gemaakt.</para>
      <para>Verweerder heeft op 21 augustus 2000 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Op 28 februari 2001 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgevonden, alwaar appellante, </para>
      <para>hoewel behoorlijk opgeroepen, niet is verschenen. Verweerder heeft aldaar zijn standpunt </para>
      <para>toegelicht bij monde van zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De grondslag van het geschil</para>
      <para>2.1	Bij Verordening (EEG) nr. 3887/92, zoals nadien gewijzigd, is onder meer het volgende </para>
      <para>bepaald:</para>
      <para>"	Artikel 4</para>
      <para>(.)</para>
      <para>2. a) De steunaanvraag "oppervlakten " mag na de uiterste datum voor de </para>
      <para>indiening ervan worden gewijzigd op voorwaarde dat de bevoegde autoriteiten </para>
      <para>de wijzigingen uiterlijk op de data als bedoeld in de artikelen 10, 11 en 12 van </para>
      <para>Verordening ( EEG) nr 1765/92 van de Raad ontvangen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat de percelen landbouwgrond betreft mag de steunaanvraag oppervlakten </para>
      <para>slechts worden  gewijzigd in bijzondere gevallen die naar behoren zijn </para>
      <para>gemotiveerd, zoals met name een overlijden, een huwelijk, aan- of verkoop of </para>
      <para>de sluiting van een pachtovereenkomst. De lidstaten stellen de desbetreffende </para>
      <para>voorwaarden vast . (.)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Artikel 5bis</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onverminderd de voorschriften van de artikelen 4 en 5  kan een steunaanvraag, </para>
      <para>in geval van een door de bevoegde instantie erkende klaarblijkelijke fout, na de </para>
      <para>indiening op elk moment worden aangepast."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 9, tweede lid, van de Regeling - voor zover hier van belang - kan de </para>
      <para>steunaanvraag oppervlakten na 15 mei van het betrokken verkoopseizoen worden </para>
      <para>gewijzigd indien sprake is van een duidelijke fout.</para>
      <para>2.2	Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten </para>
      <para>en omstandigheden voor het College komen vast te staan.</para>
      <para>- Op 15 april 1999 is bij verweerders uitvoeringsdienst Laser een aanvraag </para>
      <para>oppervlakten 1999, algemene regeling en voederareaal, ontvangen van appellante. Op </para>
      <para>de aanvraag heeft appellante een perceel, met het volgnummer 14, van 6.60 ha </para>
      <para>opgegeven met als gewascode 234 (zomertarwe) en als bijdragecode 999 </para>
      <para>(geen bijdrage).</para>
      <para>- Bij een op 16 december 1999 verzonden besluit  heeft verweerder de aanvraag van </para>
      <para>appellante goedgekeurd en haar meegedeeld dat haar akkerbouwsubsidie is </para>
      <para>toegewezen tot een bedrag van fl. 20050,12. Uit de bijlage bij dit besluit blijkt dat </para>
      <para>deze subsidie betrekking heeft op een oppervlakte overige granen van 28.42 ha en </para>
      <para>een oppervlakte braak van 4 ha.</para>
      <para>- Bij een op 20 januari 2000 door Laser ontvangen brief heeft appellante bezwaar </para>
      <para>gemaakt tegen voormeld besluit. Hierbij heeft zij meegedeeld achter perceel 14 </para>
      <para>abusievelijk de bijdragecode 999 te hebben ingevuld. Zij had bedoeld de </para>
      <para>bijdragecode 840. Daardoor is haar subsidie voor 6.6 ha te laag vastgesteld. </para>
      <para>Appellante verzoekt deze fout te corrigeren.</para>
      <para>- Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het bestreden besluit</para>
      <para>Het bestreden besluit houdt onder meer het volgende in.</para>
      <para>"	Artikel 9, tweede lid, aanhef en sub a, van de Regeling bepaalt dat de aanvraag </para>
      <para>oppervlakten in afwijking van het eerste lid na 15 mei kan worden gewijzigd in </para>
      <para>geval van een duidelijke fout.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Als producent bent u verantwoordelijk voor het juist invullen van uw eigen </para>
      <para>aanvraag. De gevolgen van een onjuiste opgave dienen in beginsel voor uw </para>
      <para>rekening te blijven, behalve in het geval er sprake is van een duidelijke fout. Er </para>
      <para>is sprake van een duidelijke fout, indien redelijkerwijs is uitgesloten dat ten </para>
      <para>tijde van de aanvraag die opgave conform uw bedoeling was. Objectief moet </para>
      <para>derhalve vast staan dat de destijds gedane opgave kennelijk fout was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is sprake van een duidelijke vergissing in de zin van het werkdocument van </para>
      <para>de Europese Commissie van 18 januari 1999, indien er een tegenstrijdigheid in </para>
      <para>de aanvraag zit die wijst op een vergissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ik ben van mening, dat in uw geval geen sprake is van een duidelijke fout. Uw </para>
      <para>aanvraag is als zodanig niet onlogisch, niet onvolledig en consequent ingevuld. </para>
      <para>Uit onderzoek van uw dossier is mij niet gebleken dat u bij de invulling van uw </para>
      <para>aanvraagformulier de bedoeling had om ook voor een perceel 14 een subsidie </para>
      <para>aan te vragen. Bovendien staat het de producent vrij om voor een perceel - waar </para>
      <para>mogelijk - al dan niet een subsidie aan te vragen. LASER behoefde derhalve </para>
      <para>geen gerede twijfel te hebben ten aanzien van hetgeen u met uw aanvraag </para>
      <para>beoogde."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	Het standpunt van appellant</para>
      <para>Appellant heeft ter ondersteuning van het beroep - samengevat - het volgende tegen het </para>
      <para>bestreden besluit aangevoerd.</para>
      <para>Erkend wordt dat er een fout is gemaakt. Appellant verzoekt deze fout alsnog te herstellen.</para>
      <para>Daarnaast voert appellante ter adstructie van haar stelling dat er wel degelijk sprake is van </para>
      <para>een klaarblijkelijke fout, het volgende aan:</para>
      <para>"	Ook kunt U zien in de MacSharry papieren alsmede in de u teruggestuurde </para>
      <para>brief van 08-05-2000 dat wij in het kader van de algemene regeling voor 28.42 </para>
      <para>ha granen subsidie hebben aangevraagd en voor 4 ha braakpremie. Er moet </para>
      <para>10 % van het graanareaal inclusief braak worden gebraakt. Daaruit kunt u ook </para>
      <para>concluderen dat 4 ha niet correspondeert met 28.42 plus 4 ha= 32.42 ha. </para>
      <para>Dan zou er immers 3.24 ha gebraakt zijn in plaats van 4. 28.42 plus 6.6 is </para>
      <para>35.02 ha. Graan plus 4 ha braak is 39.02. Daar 10 % van is bijna 4 ha."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>Het College stelt voorop dat verweerder zich op goede gronden op het standpunt stelt dat </para>
      <para>slechts aan het bezwaar van appellante tegemoet zou kunnen worden gekomen, indien zou </para>
      <para>moeten worden geoordeeld dat door appellante bij de aanvraag oppervlakten een </para>
      <para>klaarblijkelijke fout is gemaakt. Immers alleen in dat geval is het blijkens artikel 5bis van </para>
      <para>Verordening (EEG) nr. 3887/92 ook na afloop van de uiterste indieningsdatum van een </para>
      <para>aanvraag mogelijk die aanvraag te wijzigen en zou het onrechtmatig zijn appellante aan </para>
      <para>haar aanvankelijke opgave te houden.</para>
      <para>Zoals het College reeds eerder heeft overwogen, is slechts sprake van een klaarblijkelijke </para>
      <para>fout indien objectief vaststaat dat de aanvankelijk opgave kennelijk fout was. Dit is het </para>
      <para>geval wanneer uit de aanvraag zelf blijkt dat de gedane opgave niet juist kan zijn.</para>
      <para>Hiervan is in het onderhavige geval geen sprake. De aanvraag is immers niet innerlijk </para>
      <para>tegenstrijdig en bevat ook anderszins geen ongerijmdheden. Op zich stond het appellante </para>
      <para>volstrekt vrij om voor de bewuste 6.6 ha zomertarwe - om haar moverende redenen - geen </para>
      <para>bijdrage te vragen. Met verweerder meent het College dat het argument dat de </para>
      <para>omstandigheid dat een iets grotere oppervlakte braak heeft gelegen dan op grond van het </para>
      <para>opgegeven areaal noodzakelijk zou zijn geweest, een aanwijzing vormt voor een kennelijke </para>
      <para>fout niet kan slagen. Immers, de braakregeling kent slechts een minimumverplichting om </para>
      <para>10 % van het voor subsidie in aanmerking gebrachte areaal braak te leggen. Nergens is </para>
      <para>terug te vinden dat het niet toegestaan zou zijn meer dan 10 % van het areaal braak te </para>
      <para>leggen.</para>
      <para>Op grond van het voorgaande was verweerder gehouden te beslissen, zoals hij bij het </para>
      <para>bestreden besluit heeft gedaan. </para>
      <para>Aangezien ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan </para>
      <para>moet worden geoordeeld dat het bestreden besluit onrechtmatig is, dient het beroep </para>
      <para>ongegrond te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	De beslissing</para>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr M.A van der Ham in tegenwoordigheid van mr F.W. du Marchie Sarvaas, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2001.</para>
    <para />
    <para />
    <para>w.g. M.A. van der Ham	w.g. F.W. du Marchie Sarvaas</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>