<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB0861</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T02:26:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB0861</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-03-21</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 00/319</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0861">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0861</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:24:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB0861 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 21-03-2001 / AWB 00/319</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0861:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0861:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
      <para>(zesde enkelvoudige kamer)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>No. AWB 00/319						21 maart 2001</para>
      <para>	5135</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>A, te B, appellant,</para>
      <para>Gemachtigde: T.H.M. Toonen, werkzaam bij accountancy-administratiekantoor Berbers, te Ottersum </para>
      <para>tegen</para>
      <para>de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te 's-Gravenhage, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr I. Opsomer, werkzaam bij verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op 20 april 2000 heeft het College van appellant een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een besluit </para>
      <para>van verweerder van 14 maart 2000.</para>
      <para>Bij dit besluit heeft verweerder beslist op het bezwaar dat appellant heeft gemaakt tegen verweerders besluit hem een bijdrage </para>
      <para>toe te kennen op grond van de regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen.</para>
      <para>Verweerder heeft op 7 juni 2000 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Op 21 februari 2001 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgevonden, waar partijen, appellant in persoon en bijgestaan door zijn </para>
      <para>gemachtigde en verweerder bij monde van zijn gemachtigde, hun standpunten hebben toegelicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De grondslag van het geschil</para>
      <para>2.1	De toepasselijke regelgeving</para>
      <para>Artikel 5 bis van Verordening (EEG) nr. 3887/92 luidt: </para>
      <para>"	Onverminderd de voorschriften van de artikelen 4 en 5 kan een steunaanvraag, in geval van een door de bevoegde </para>
      <para>instantie erkende klaarblijkelijke fout, na de indiening op elk moment worden aangepast."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 9, tweede lid, van de Regeling EG-steunverlening akkerbouwgewassen </para>
      <para>(hierna: de Regeling) kan - voor zover hier van belang - de steunaanvraag oppervlakten na 15 mei van het betrokken </para>
      <para>verkoopseizoen worden gewijzigd indien sprake is van een duidelijke fout. </para>
      <para>2.2	Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College </para>
      <para>komen vast te staan.</para>
      <para>- Appellant heeft op 7 mei 1999 een aanvraag oppervlakten 1999, vereenvoudigde regeling en voederareaal, ingediend. </para>
      <para>Met betrekking tot de op de aanvraag vermelde percelen 10 t/m 12 heeft appellant als gewascode opgegeven 316 </para>
      <para>(korrelma‹s) en als bijdragecode 999 (geen bijdrage).</para>
      <para>- Bij besluit van 26 november 1999 heeft verweerder de aanvraag goedgekeurd en voor een bedrag van fl. 1197,50 </para>
      <para>akkerbouwsubsidie toegewezen.</para>
      <para>- Appellant heeft tegen dit besluit op 30 november 1999 bezwaar gemaakt. Daarbij heeft hij aangegeven dat op het </para>
      <para>aanvraagformulier abusievelijk achter de percelen 10 t/m 12 de verkeerde bijdragecode heeft ingevuld. De juiste code </para>
      <para>had moeten zijn 815. Appellant verzoekt de gemaakte fout te corrigeren.</para>
      <para>- Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het bestreden besluit</para>
      <para>In het bestreden besluit is onder meer het volgende overwogen.</para>
      <para>"	Het wijzigen van uw aanvraag is, op grond van artikel 4 lid 2 sub a en artikel 5 bis van Verordening (EEG) </para>
      <para>3887/92 thans nog slechts mogelijk indien er sprake is van een klaarblijkelijke fout. De uitleg van het begrip </para>
      <para>klaarblijkelijke of "manifeste" fout is vastgelegd in het Werkdocument van de commissie "Manifeste </para>
      <para>fouten"/Brussel, 18-1-'99 VI.7103/98 Rev2-NL. De vraag die moet worden gesteld is, of de fout die u maakte, op </para>
      <para>grond van de richtlijnen in het genoemde document, kan worden beschouwd als zijnde manifest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na een eerste bestudering van uw aanvraag leek deze volledig juist. De goede gebruikstitels, bijdragecodes en </para>
      <para>gewascodes waren gebruikt, de aanvraag was ondertekend, de totalen waren goed opgeteld, een topografische kaart </para>
      <para>was aanwezig, etcetera. Tijdens een uitgebreider administratief onderzoek bij LASER kwamen er geen andere </para>
      <para>afwijkingen of onjuistheden in uw aanvraag naar voren. Er was geen overdeclaratie op de percelen, niet bestaande </para>
      <para>combinaties van bijdrage- en gewascodes of anderszins onjuiste opgaven in uw aanvraag. LASER kon ook na dit </para>
      <para>uitgebreider onderzoek niet vermoeden dat u uw aanvraag anders wenste in te dienen dan dat u had gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het bovenstaande concludeer ik, dat de fout die u in uw aanvraag maakte niet kan worden beschouwd </para>
      <para>als een manifeste fout en dat uw aanvraag derhalve niet meer kan worden gewijzigd. Er zijn verder geen bijzondere </para>
      <para>omstandigheden aangetoond of gebleken waarmee in het individuele geval rekening moet worden gehouden en die </para>
      <para>hadden kunnen leiden tot een ander besluit dan het onderhavige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het bovenstaande concludeer ik, na heroverweging van het besluit van de teammanager, dat zijn </para>
      <para>besluit in stand dient te worden gehouden."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	Het standpunt van appellant</para>
      <para>Appellant heeft ter ondersteuning van het beroep - samengevat - het volgende tegen bestreden besluit aangevoerd.</para>
      <para>Zijdens appellant is direct nadat hij vastgesteld had dat er een onjuiste bijdragecode was gebruikt telefonisch contact </para>
      <para>opgenomen met verweerders dienst Laser. Appellant heeft, conform het door Laser gegeven advies, rekeningen van de </para>
      <para>loonwerker overgelegd waaruit blijkt dat de bewuste percelen 10 t/m 12 inderdaad met korrelma‹s werden ingezaaid. </para>
      <para>Daarenboven meent appellant dat verweerder uit het feit dat voor percelen korrelma‹s geen bijdrage werd gevraagd welhaast </para>
      <para>had moeten begrijpen dat er sprake was van een vergissing. Immers, vrijwel iedere aanvrager zal percelen met korrelma‹s in </para>
      <para>aanmerking willen brengen voor akkerbouwsubsidie.</para>
      <para>5.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>Verweerder heeft terecht geoordeeld dat aan het bezwaar van appellant slechts tegemoet kan worden gekomen, indien moet </para>
      <para>worden geoordeeld dat door appellant bij de aanvraag oppervlakten een klaarblijkelijke fout is gemaakt. Immers in dat geval is, </para>
      <para>blijkens het bepaalde bij artikel 5 bis van Verordening (EEG) nr. 3887/92, ook na afloop van de uiterste datum voor de </para>
      <para>indiening van een aanvraag  een wijziging daarvan mogelijk en zou het onrechtmatig zijn om appellant aan zijn </para>
      <para>oorspronkelijke opgave te houden.</para>
      <para>Zoals het College reeds eerder heeft overwogen, is er slechts sprake van een klaarblijkelijke fout indien objectief vaststaat dat </para>
      <para>de aanvankelijk gedane opgave niet juist kan zijn. Hiervan is met betrekking tot de in het geding zijnde percelen geen sprake. </para>
      <para>Op zich is immers niet uit te sluiten dat een aanvrager, om hem moverende redenen, geen bijdrage wenst voor percelen met </para>
      <para>korrelma‹s. De aanvraag van appellant bevat daarom geen ongerijmdheden.</para>
      <para>De omstandigheid dat appellant met rekeningen van de loonwerker tracht aan te tonen dat op de percelen 10 t/m 12 wel </para>
      <para>degelijk korrelma‹s heeft gestaan kan aan het voorgaande niet afdoen.</para>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen was verweerder gehouden om te beslissen, zoals hij heeft gedaan. Het beroep moet </para>
      <para>daarom ongegrond worden verklaard.</para>
      <para>Aangezien ook overigens niet is gebleken van feiten of omstandigheden op grond waarvan moet worden geoordeeld dat het </para>
      <para>bestreden besluit onrechtmatig is, dient het beroep ongegrond te worden verklaard.</para>
      <para>Het College acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	De beslissing</para>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door  mr M.A. van der Ham in tegenwoordigheid van mr F.W. du Marchie Sarvaas, als griffier, en </para>
      <para>uitgesproken in het openbaar op 21 maart 2001.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>w.g. M.A. van der Ham	w.g. F.W. du Marchie Sarvaas</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>