<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB0857</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T20:01:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB0857</dcterms:replaces>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AN6661</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-03-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 01/47</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=3:40&amp;g=2001-03-23">Algemene wet bestuursrecht 3:40</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0005537&amp;artikel=3:42&amp;g=2001-03-23">Algemene wet bestuursrecht 3:42</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0007952&amp;artikel=2&amp;g=2001-03-23">Winkeltijdenwet 2</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>AB 2001, 160 met annotatie van J.H. van der Veen</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0857">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0857</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:24:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-08-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB0857 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 23-03-2001 / AWB 01/47</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0857:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0857:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>De president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>No. AWB 01/47						23 maart 2001</para>
      <para>	12500</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>A, te B, verzoeker,</para>
      <para>tegen</para>
      <para>Burgemeester en wethouders van Hilversum, verweerders,</para>
      <para>gemachtigden: mw mr Ch. Lagerweij-Duits en J.E. Bollebakker, beiden werkzaam bij de </para>
      <para>afdeling algemene bestuurszaken van de Bestuursdienst  van de gemeente Hilversum. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Bij besluit van 19 december 2000 hebben verweerders op grond van artikel 4 van de </para>
      <para>Verordening winkeltijden B 1996 (hierna: de Verordening) voor het kalenderjaar 2001 </para>
      <para>vrijstelling verleend van het in artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, van de </para>
      <para>Winkeltijdenwet (hierna: de Wet) vervatte verbod voor twaalf zon- en feestdagen </para>
      <para>onderscheidenlijk voor de binnenstad en voor de gehele gemeente.</para>
      <para>Verzoeker heeft zich bij brief van 15 januari 2001, ingekomen ter griffie van het College </para>
      <para>op 17 januari 2001, tot de president van het College gewend met het verzoek een </para>
      <para>voorlopige voorziening te treffen strekkende tot schorsing van voormeld besluit totdat de </para>
      <para>gemeente in overleg met de buurten parkeer- en verkeersreguleringsplannen met draagvlak </para>
      <para>heeft ontwikkeld en uitgevoerd.</para>
      <para>Bij brief van 15 februari 2001 hebben verweerders een reactie gegeven op dit verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 22 februari 2001 heeft verzoeker een nadere toelichting gegeven op zijn </para>
      <para>verzoek, waarbij hij tevens heeft verzocht zijn verzoek ook als bezwaarschrift te </para>
      <para>beschouwen. </para>
      <para>Daarop heeft de griffier van het College het onderhavige geschrift met toepassing van </para>
      <para>artikel 6:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) doorgezonden </para>
      <para>aan verweerders. </para>
      <para>De president heeft het verzoek behandeld ter zitting van 16 maart 2001. Verzoeker in </para>
      <para>persoon en verweerders vertegenwoordigd door hun gemachtigden, hebben aldaar hun </para>
      <para>standpunt nader toegelicht. </para>
      <para>2.	De toepasselijke regelgeving</para>
      <para>In de Awb is onder meer het volgende bepaald:</para>
      <para>"	Artikel 3:40:</para>
      <para>Een besluit treedt niet in werking dan nadat het is bekendgemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 3:41:</para>
      <para>1. De bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn </para>
      <para>gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen, onder wie begrepen de </para>
      <para>aanvrager.</para>
      <para>2. Indien de bekendmaking van het besluit niet kan geschieden op de wijze als </para>
      <para>voorzien in het eerste lid, geschiedt zij op een andere geschikte wijze.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 3:42:</para>
      <para>1. De bekendmaking van besluiten die niet tot een of meer belanghebbenden </para>
      <para>zijn gericht, geschiedt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke </para>
      <para>inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- </para>
      <para>of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze.</para>
      <para>2. Indien alleen van de zakelijke inhoud wordt kennisgegeven, wordt het </para>
      <para>besluit tegelijkertijd ter inzage gelegd. In de kennisgeving wordt vermeld waar </para>
      <para>en wanneer het besluit ter inzage ligt."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>In de Wet is onder meer het volgende bepaald:</para>
      <para>"	Artikel 2:</para>
      <para>1. Het is verboden een winkel voor het publiek geopend te hebben:</para>
      <para>a. op zondag;</para>
      <para>b. op Nieuwjaarsdag, op Goede Vrijdag na 19 uur, op tweede Paasdag, op </para>
      <para>Hemelvaartsdag, op tweede Pinksterdag, op 24 december na 19 uur, op eerste </para>
      <para>en tweede Kerstdag en op 4 mei na 19 uur;</para>
      <para>(.)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 3:</para>
      <para>1. De gemeenteraad kan voor ten hoogste twaalf door hem aan te wijzen dagen </para>
      <para>per kalenderjaar vrijstelling verlenen van de in artikel 2 vervatte verboden, </para>
      <para>voor zover deze betrekking hebben op de zondag, Nieuwjaarsdag, tweede </para>
      <para>Paasdag, Hemelvaartsdag, tweede Pinksterdag en eerste of tweede Kerstdag. </para>
      <para>De beperking tot twaalf dagen per kalenderjaar geldt voor elk deel van de </para>
      <para>gemeente afzonderlijk.</para>
      <para>2. De gemeenteraad kan, al dan niet onder het stellen van regels, de in het </para>
      <para>eerste lid bedoelde bevoegdheid delegeren aan burgemeester en wethouders."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de Verordening is onder meer het volgende bepaald:</para>
      <para>"	Artikel 4 - Zon- en Feestdagenregeling</para>
      <para>1. De verboden, vervat in artikel 2, eerste lid, onder a en b van de wet, gelden </para>
      <para>niet op ten hoogste twaalf, door burgemeester en wethouders aan te wijzen, </para>
      <para>zon- en feestdagen per kalenderjaar.</para>
      <para>2. De in het eerste lid bedoelde bevoegdheid geldt voor elk deel van de </para>
      <para>gemeente afzonderlijk."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het standpunt van verzoeker</para>
      <para>Het betoog van verzoeker komt - in de kern gezien - op het volgende neer.</para>
      <para>Verweerders hebben ten onrechte zonder overleg met de woonbuurten rondom het centrum </para>
      <para>van B vrijstelling verleend voor een twaalftal koopzondagen en koopfeestdagen. Verzoeker </para>
      <para>ondervindt als buurtbewoner op deze dagen - alsmede op de overige winkeldagen - overlast </para>
      <para>van automobilisten die een gratis parkeerplaats in de buurt zoeken en voorts van </para>
      <para>foutparkeerders, waartegen de politie niet optreedt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderhavige besluit van verweerders dient derhalve te worden geschorst totdat de </para>
      <para>gemeente in overleg met de buurten parkeer- en verkeersreguleringsplannen heeft </para>
      <para>ontwikkeld en uitgevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>De brief van verzoeker waarbij om een voorlopige voorziening wordt gevraagd draagt, </para>
      <para>gelet op de daarin gebruikte bewoordingen in samenhang met de eerdere - recente - </para>
      <para>contacten die er op dat punt tussen verzoeker en verweerders zijn geweest en gelet op het </para>
      <para>ter zitting besprokene, naar voorlopig oordeel van de president, evenzeer in voldoende </para>
      <para>mate de trekken van een bezwaarschrift. Derhalve is een afschrift van dat geschrift </para>
      <para>inmiddels met toepassing van artikel 6:15 van de Awb door de griffier van het College </para>
      <para>doorgezonden aan verweerders, die van de ontvangst daarvan melding hebben gemaakt aan </para>
      <para>verzoeker.</para>
      <para>Het bezwaarschrift alsmede het verzoek om voorlopige voorziening hebben, naar uit de </para>
      <para>stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken, betrekking op een besluit dat door </para>
      <para>verweerders op 19 december 2000 is genomen en dat, voorzover thans van belang, inhoudt </para>
      <para>dat verweerders, gebruikmakend van de aan hen door de gemeenteraad ingevolge de bij </para>
      <para>artikel 4 van de Verordening gedelegeerde bevoegdheid, vrijstelling hebben verleend van </para>
      <para>de verboden, vervat in artikel 2, eerste lid onder a en b van de Wet. Verweerders hebben </para>
      <para>daarbij, gelet op het advies van de Hilversumse ondernemersvereniging STRO en de </para>
      <para>Kamer van Koophandel en Fabrieken Gooi- en Eemlanden, besloten om voor het jaar 2001 </para>
      <para>voor de binnenstad onderscheidenlijk voor de gehele gemeente een twaalftal zon- en </para>
      <para>feestdagen aan te wijzen als zogenoemde winkeldagen. </para>
      <para>In navolging van eerdere jurisprudentie op dat punt moet het door verzoeker in bezwaar </para>
      <para>bestreden besluit naar inhoud en strekking worden gekwalificeerd als een besluit van </para>
      <para>algemene strekking, niet zijnde een algemeen verbindend voorschrift. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande kan tegen het meergenoemde besluit van verweerders op grond </para>
      <para>van de terzake toepasselijke bepalingen in de Awb, in samenhang met het bij artikel 19 van </para>
      <para>de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie (hierna: Wbb) bepaalde, bezwaar worden </para>
      <para>gemaakt en, na een eventuele ongegrondverklaring daarvan, beroep worden ingesteld bij </para>
      <para>het College. Daarmee is ook de bevoegdheid van de president gegeven.</para>
      <para>De bekendmaking van besluiten die niet tot ‚‚n of meer belanghebbenden zijn gericht </para>
      <para>geschiedt ingevolge artikel 3:42 Awb door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke </para>
      <para>inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-</para>
      <para>huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Blijkens de totstandkomingsgeschiedenis </para>
      <para>van dit artikel moet bij een besluit dat niet tot een of meer belanghebbenden is gericht, </para>
      <para>vooral worden gedacht aan besluiten van algemene strekking en daarmee aan het </para>
      <para>onderhavige besluit van 19 december 2000.</para>
      <para>Ter zitting hebben verweerders erkend dat kennisgeving van dit besluit niet op ‚‚n van de </para>
      <para>wijzen als omschreven in artikel 3:42 van de Awb heeft plaatsgevonden. In de Gooi en </para>
      <para>Eemlander wordt, aldus verweerders, slechts bij tijd en wijle aankondiging gedaan van </para>
      <para>openstelling van de winkels op een zon- of feestdag. </para>
      <para>Aangezien ook dit laatste niet kan gelden als bekendmaking overeenkomstig artikel 3:42 </para>
      <para>van de Awb moet de conclusie zijn dat, gelet op artikel 3:40 van de Awb, de met het </para>
      <para>besluit beoogde rechtsgevolgen niet zijn ingetreden. </para>
      <para>In verband met het vorenstaande komt het verzoek niet voor inwilliging in aanmerking.  </para>
      <para>Ten overvloede overweegt de president nog dat, nadat het besluit van verweerders op de </para>
      <para>juiste wijze is bekendgemaakt, verzoeker, wiens belangen naar voorlopig oordeel alsdan </para>
      <para>rechtstreeks bij dat in werking getreden besluit betrokken zijn, aan iedere twijfel omtrent </para>
      <para>de status van zijn brief van 15 januari 2001 een einde kan maken door tegen dat besluit een </para>
      <para>apart geschrift in te dienen dat zichzelf niet voor twee‰rlei uitleg vatbaar als bezwaarschrift </para>
      <para>presenteert. Tevens kan hij, zo gewenst, opnieuw een verzoek om voorlopige voorziening </para>
      <para>indienen.</para>
      <para>De president vindt onder verwijzing naar artikel 8:82, vierde lid, van de Awb aanleiding te </para>
      <para>bepalen dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.	De beslissing</para>
      <para>De president:</para>
      <para>-	wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af;</para>
      <para>gelast dat het door verzoeker betaalde griffierecht </para>
      <para>ad. fl. 225,-- (zegge: tweehonderdvijfentwintig gulden) wordt vergoed;</para>
      <para>-	wijst de gemeente Hilversum aan als rechtspersoon die dit griffierecht moet vergoeden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr R.R. Winter, president, in tegenwoordigheid van mr Th.J. van Gessel, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 23 maart 2001.</para>
    <para />
    <para />
    <para>w.g. R.R. Winter					w.g. Th.J. van Gessel</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Verzonden op:</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>