<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB0542</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T15:02:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB0542</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-03-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 99/881</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0542">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0542</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:23:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB0542 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 01-03-2001 / AWB 99/881</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0542:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0542:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
      <para>(vijfde enkelvoudige kamer)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>No.AWB 99/881							1 maart 2001</para>
      <para>	26100</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>A, te B, appellant,</para>
      <para>gemachtigde: mr W. Hoebba, advocaat te Amsterdam, </para>
      <para>tegen</para>
      <para>de Regionale Directie voor de Arbeidsvoorziening Zuidelijk Noord-Holland, verweerster,</para>
      <para>gemachtigden: mr P. van Zanten en mr J. Huisman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op 3 november 1999 heeft het College van appellant een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een </para>
      <para>besluit van verweerster van 27 september 1999.</para>
      <para>Bij dit besluit heeft verweerster de bezwaren van appellant tegen het besluit 19 juli 1999, waarbij is geweigerd appellant in te </para>
      <para>schrijven als werkzoekende, ongegrond verklaard.</para>
      <para>Verweerster heeft op 18 januari 2000 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2001. Bij die gelegenheid heeft verweerster bij monde van haar </para>
      <para>gemachtigden haar standpunt nader toegelicht. </para>
      <para>Appellant heeft het College bericht niet ter zitting aanwezig te zullen zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De grondslag van het geschil</para>
      <para>2.1	De toepasselijke voorschriften</para>
      <para>	Bij artikel 69, eerste lid, van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 (hierna ook: de Wet), is voor zover hier van belang, bepaald dat </para>
      <para>het recht zich als werkzoekende door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie te laten registreren toekomt aan:</para>
      <para>"	(.)</para>
      <para>c. vreemdelingen die beschikken over een krachtens de Vreemdelingenwet afgegeven vergunning, welke is </para>
      <para>voorzien van een aantekening van Onze Minister van Justitie waaruit blijkt dat aan die vergunning geen </para>
      <para>beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid;"</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2	Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College </para>
      <para>komen vast te staan.</para>
      <para>- Bij besluit van 19 juli 1999 heeft verweerster geweigerd appellant, die de Turkse nationaliteit bezit, in te schrijven als </para>
      <para>werkzoekende op de grond dat appellant niet in het bezit is van een geldige vergunning tot verblijf, waaraan geen </para>
      <para>beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid.</para>
      <para>- Tegen dit besluit heeft appellant een bezwaarschrift ingediend.</para>
      <para>- Bij het thans bestreden besluit heeft verweerster het bezwaar van appellant kennelijk ongegrond verklaard, waartoe onder </para>
      <para>meer is overwogen dat appellant niet het vereiste (vreemdelingen)document heeft getoond bij het arbeidsbureau C en dat </para>
      <para>de weigering tot inschrijving als werkzoekende derhalve in overeenstemming is met artikel 69 van de Wet.</para>
      <para>- Bij brief van 15 januari 2001 heeft verweerder medegedeeld dat blijkens informatie van de Immigratie en </para>
      <para>Naturalisatiedienst appellant in het bezit is gesteld van een verblijfsvergunning op grond van de "witte-illegalenregeling" </para>
      <para>en dat appellant zich op 18 augustus 1999 bij voornoemd arbeidsbureau als werkzoekende heeft laten inschrijven. Ter </para>
      <para>zitting is van de zijde van verweerster betwijfeld of appellant nog wel belang heeft bij voortzetting van de onderhavige </para>
      <para>beroepsprocedure.</para>
      <para>3.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>Voorzover verweerster van mening is dat het onderhavige beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat appellant </para>
      <para>geen belang meer heeft bij een uitspraak ten gronde van dit geding, overweegt het College dat verweerster eerst daags voor de </para>
      <para>zitting, nadat appellant al had laten weten niet ter zitting te zullen verschijnen, heeft medegedeeld dat appellant als </para>
      <para>werkzoekende is ingeschreven. Onder deze omstandigheden ligt het, naar het oordeel van het College, niet in de rede om het </para>
      <para>beroep van appellant wegens het daaraan komen te ontvallen van procesbelang niet-ontvankelijk te verklaren. </para>
      <para>Voorts stelt het College vast dat appellant ten tijde hier in geding - het moment waarop het bestreden besluit werd genomen -  </para>
      <para>niet beschikte over een verblijfsdocument, als omschreven in artikel 69, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet. Reeds op </para>
      <para>grond hiervan kan het College tot geen andere conclusie komen dan dat aan appellant niet het recht toekwam zich als </para>
      <para>werkzoekende te laten inschrijven en - in samenhang hiermee - dat verweerster gehouden was de inschrijving van appellant als </para>
      <para>werkzoekende te weigeren. Het door appellant in beroep gestelde, dat neerkomt op een verwijzing naar hetgeen hij in bezwaar </para>
      <para>had aangevoerd, kan niet tot een ander oordeel leiden. </para>
      <para>Uit het vorenstaande volgt dat het beroep niet kan slagen.</para>
      <para>Het College acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene </para>
      <para>wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	De beslissing</para>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door mr H.C. Cusell, in tegenwoordigheid van mr W.F. Claessens, als griffier, en uitgesproken in het openbaar </para>
      <para>op 1 maart 2001.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>w.g. H.C. Cusell					w.g. W.F. Claessens</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>