<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB0537</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T16:03:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB0537</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-03-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 99/617</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0537">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0537</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:22:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB0537 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 01-03-2001 / AWB 99/617</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0537:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0537:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
      <para>(vijfde enkelvoudige kamer)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>No.AWB 99/617						1 maart 2001</para>
      <para>	26100</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>A, te B, appellante,</para>
      <para>gemachtigde: mr M.B. van der Toorn-Volkers, advocaat te Zevenbergen, </para>
      <para>tegen</para>
      <para>de Regionale Directie voor de Arbeidsvoorziening Zuidelijk Noord-Holland, verweerster,</para>
      <para>gemachtigden: mr D. Wekker en mr P. van Zanten,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op 20 juli 1999 heeft het College van appellante een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een besluit </para>
      <para>van verweerster van 11 juni 1999.</para>
      <para>Bij dit besluit heeft verweerster de bezwaren van appellante tegen het besluit 9 april 1999, waarbij is geweigerd appellante in te </para>
      <para>schrijven als werkzoekende, ongegrond verklaard.</para>
      <para>Op 19 augustus 1999 heeft appellante de gronden van het beroep aangevuld.</para>
      <para>Bij brief van 1 september 1999 heeft verweerster, onder verwijzing naar de beslissing op bezwaar, medegedeeld dat zij afziet </para>
      <para>van het voeren van verweer.</para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2001. Bij die gelegenheid hebben partijen bij monde van hun </para>
      <para>gemachtigden hun standpunt nader toegelicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	De grondslag van het geschil</para>
      <para>2.1	De toepasselijke voorschriften</para>
      <para>	Bij artikel 69, eerste lid, van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 (hierna ook: de Wet), is voor zover hier van belang, bepaald dat </para>
      <para>het recht zich als werkzoekende door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie te laten registreren toekomt aan:</para>
      <para>"	(.)</para>
      <para>c. vreemdelingen die beschikken over een krachtens de Vreemdelingenwet afgegeven vergunning, welke is </para>
      <para>voorzien van een aantekening van Onze Minister van Justitie waaruit blijkt dat aan die vergunning geen </para>
      <para>beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid;"</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2	Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College </para>
      <para>komen vast te staan.</para>
      <para>- Bij besluit van 9 april 1999, heeft verweerster geweigerd appellante, die de Ghanese nationaliteit bezit, in te schrijven als </para>
      <para>werkzoekende op de grond dat appellante niet in het bezit is van een geldige vergunning tot verblijf, waaraan geen </para>
      <para>beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid.</para>
      <para>- Tegen dit besluit heeft appellante een bezwaarschrift ingediend.</para>
      <para>- Bij het thans bestreden besluit heeft verweerster het bezwaar van appellante kennelijk ongegrond verklaard, waartoe </para>
      <para>onder meer is overwogen dat appellante niet het vereiste (vreemdelingen)document heeft getoond bij het arbeidsbureau C </para>
      <para>en dat de weigering tot inschrijving als werkzoekende derhalve in overeenstemming is met artikel 69 van de Wet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het standpunt van appellante</para>
      <para>Appellante heeft ter ondersteuning van het beroep tegen het bestreden besluit aangevoerd dat zij gedurende vijf jaar arbeid in </para>
      <para>loondienst heeft verricht en in die periode afdrachten aan fiscus en bedrijfsvereniging heeft gedaan, dat zij aanvankelijk een </para>
      <para>verblijfsvergunning had, die op een gegeven moment niet is verlengd, dat haar in verband daarmee ontslag is verleend, </para>
      <para>waarmee zij niet akkoord is gegaan en dat zij thans gewikkeld is in een procedure tot het verkrijgen van een </para>
      <para>verblijfsvergunning, waarbij het haar voor de duur van de procedure is toegestaan in Nederland te verblijven.</para>
      <para>Ter zitting heeft de gemachtigde van appellante gewezen op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 19 juli 2000, </para>
      <para>nr. 99/429, gepubliceerd in RSV 2000/211, waaruit volgens haar kan worden afgeleid dat appellante, om daadwerkelijk </para>
      <para>beschikbaar te kunnen zijn voor de arbeidsmarkt in het kader van de Werkloosheidswet, zich als werkzoekende moet kunnen </para>
      <para>inschrijven. </para>
      <para>4.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>Het College stelt vast dat appellante ten tijde hier in geding geding - het moment waarop het bestreden besluit werd genomen - </para>
      <para>niet beschikte over een verblijfsdocument, als omschreven in artikel 69, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet. Reeds op </para>
      <para>grond hiervan kan het College tot geen andere conclusie komen dan dat aan appellante niet het recht toekwam zich als </para>
      <para>werkzoekende te laten inschrijven en - in samenhang hiermee - dat verweerster gehouden was de inschrijving van appellante </para>
      <para>als werkzoekende te weigeren. Dat appellante is gewikkeld in een procedure ter verkrijging van een verblijfsvergunning, doet </para>
      <para>hier niet aan af. Zoals het College al eerder heeft uitgesproken, te weten in onder meer zijn uitspraak van 1 november 2000, nr. </para>
      <para>00/571, kan in deze situatie immers niet worden staande gehouden dat appellante ten tijde hier in geding een </para>
      <para>verblijfsrechtelijke status bezat die gelijk kan worden gesteld met de in evengenoemd voorschrift vermelde verblijfstitel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat betreft de door de gemachtigde van appellante ter sprake gebrachte uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, vermag </para>
      <para>het College niet in te zien dat uit deze uitspraak volgt dat artikel 69, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet op een andere </para>
      <para>wijze moet worden uitgelegd dan overeenkomstig de duidelijke bewoordingen daarvan. Meer in het bijzonder volgt uit </para>
      <para>bedoelde uitspraak niet dat verweerster gehouden is appellante omwille van een werkloosheidsuitkering als werkzoekende in te </para>
      <para>schrijven, terwijl zij niet over de ingevolge artikel 69 van de Wet vereiste verblijfstitel beschikt. </para>
      <para>Uit het vorenstaande volgt dat het beroep niet kan slagen.</para>
      <para>Het College acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.	De beslissing</para>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door mr H.C. Cusell, in tegenwoordigheid van mr W.F. Claessens, als griffier, en uitgesproken in het openbaar </para>
      <para>op 1 maart 2001.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>w.g. H.C. Cusell						w.g. W.F. Claessens</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>