<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB0526</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T02:02:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB0526</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-03-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 00/424</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0526">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0526</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:22:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB0526 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 01-03-2001 / AWB 00/424</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0526:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0526:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
      <para>(vijfde enkelvoudige kamer)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>No. AWB 00/424						1 maart 2001</para>
      <para>	26100</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>A, te B, appellant,</para>
      <para>gemachtigde: mr H. Dogan, advocaat te Hoofddorp, </para>
      <para>tegen</para>
      <para>de Regionale Directie voor de Arbeidsvoorziening Zuidelijk Noord-Holland, verweerster,</para>
      <para>gemachtigden: mr D. Wekker en mr P. van Zanten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op 25 mei 2000 heeft het College van appellant een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een besluit </para>
      <para>van verweerster van 13 april 2000.</para>
      <para>Bij dit besluit heeft verweerster de bezwaren van appellant tegen het besluit van </para>
      <para>17 februari 2000, waarbij is geweigerd appellant in te schrijven als werkzoekende, ongegrond verklaard.</para>
      <para>Op 19 juni 2000 heeft appellant de gronden van het beroep aangevuld.</para>
      <para>Verweerster heeft op 14 augustus 2000 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2001. Bij die gelegenheid heeft verweerster bij monde van haar </para>
      <para>gemachtigden haar standpunt nader toegelicht. </para>
      <para>Appellant heeft het College bericht niet ter zitting aanwezig te zullen zijn.</para>
      <para>2.	De grondslag van het geschil</para>
      <para>2.1	De toepasselijke voorschriften</para>
      <para>	Bij artikel 69, eerste lid, van de Arbeidsvoorzieningswet 1996 (hierna ook: de Wet), is voor zover hier van belang, bepaald dat </para>
      <para>het recht zich als werkzoekende door de Arbeidsvoorzieningsorganisatie te laten registreren toekomt aan:</para>
      <para>"	(.)</para>
      <para>c. vreemdelingen die beschikken over een krachtens de Vreemdelingenwet afgegeven vergunning, welke is </para>
      <para>voorzien van een aantekening van Onze Minister van Justitie waaruit blijkt dat aan die vergunning geen </para>
      <para>beperkingen zijn verbonden voor het verrichten van arbeid;"</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2	Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden voor het College </para>
      <para>komen vast te staan.</para>
      <para>- Appellant, die de Marokkaanse nationaliteit bezit, verblijft sedert 1991 in Nederland. </para>
      <para>- Het verzoek van appellant om de hem verleende vergunning tot verblijf, geldig tot en met 15 mei 1998, te verlengen is </para>
      <para>afgewezen. Op het hiertegen door appellant ingediende bezwaarschrift was ten tijde van het instellen van beroep nog niet </para>
      <para>beslist.</para>
      <para>- Bij besluit van 17 februari 2000 heeft verweerster geweigerd appellant in te schrijven als werkzoekende op de grond dat </para>
      <para>appellant niet in het bezit is van een geldige vergunning tot verblijf, waaraan geen beperkingen zijn verbonden voor het </para>
      <para>verrichten van arbeid.</para>
      <para>- Tegen dit besluit heeft appellant een bezwaarschrift ingediend.</para>
      <para>- Bij het thans bestreden besluit heeft verweerster het bezwaar van appellant kennelijk ongegrond verklaard, waartoe onder </para>
      <para>meer is overwogen dat appellant niet het vereiste (vreemdelingen)document heeft getoond bij het arbeidsbureau C en dat </para>
      <para>de weigering tot inschrijving als werkzoekende derhalve in overeenstemming is met artikel 69 van de Wet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het standpunt van appellant</para>
      <para>Appellant heeft ter ondersteuning van het beroep tegen het bestreden besluit onder meer aangevoerd dat hij wel het recht heeft </para>
      <para>om als werkzoekende te worden ingeschreven, aangezien hij beschikt over een sticker in zijn paspoort met de vermelding dat </para>
      <para>arbeid is toegestaan en dat een tewerkstellingsvergunning niet is vereist, terwijl appellant ook overigens voldoet aan alle </para>
      <para>voorwaarden om te worden ingeschreven als werkzoekende. Daarnaast stelt appellant dat verweerster heeft gehandeld in strijd </para>
      <para>met het in artikel 1 van de Grondwet en artikel 26 van het Internationale Verdrag inzake Burgerlijke en Politieke Rechten </para>
      <para>(hierna: Bupo-verdrag) neergelegde discriminatieverbod.</para>
      <para>4.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>Het College stelt vast dat appellant ten tijde hier in geding niet beschikte over een verblijfsdocument, als omschreven in artikel </para>
      <para>69, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet. Reeds op grond hiervan kan het College tot geen andere conclusie komen dan dat </para>
      <para>aan appellant niet het recht toekwam zich als werkzoekende te laten inschrijven en - in samenhang hiermee - dat verweerster </para>
      <para>gehouden was de inschrijving van appellant als werkzoekende te weigeren. Dat het paspoort van appellant was voorzien van </para>
      <para>een sticker met de door hem geduide vermeldingen doet hier niet aan af; een dergelijke sticker is niet gelijk te stellen met een </para>
      <para>verblijfsdocument als bedoeld in artikel 69, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet. </para>
      <para>Het College vermag voorts niet in te zien dat verweerster bij het nemen van het bestreden besluit heeft gehandeld, zoals </para>
      <para>appellant niet gemotiveerd heeft gesteld, in strijd met het in artikel 1 van de Grondwet en artikel 26 van het Bupo-verdrag </para>
      <para>neergelegde discriminatieverbod. Het College overweegt dienaangaande dat, voorzover kan worden gesproken van een relevant </para>
      <para>verschil in behandeling, de omstandigheid dat appellant vreemdeling is een objectieve en redelijke rechtvaardiging vormt voor </para>
      <para>de toepassing die verweerster heeft gegeven aan artikel 69 van de Wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande is het College van oordeel dat het bestreden besluit, waarbij de weigering om appellant als </para>
      <para>werkzoekende in te schrijven is gehandhaafd, de rechterlijke toets kan doorstaan. Het beroep daartegen dient dan ook </para>
      <para>ongegrond te worden verklaard. </para>
      <para>Het College acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene </para>
      <para>wet bestuursrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5.	De beslissing</para>
    <para />
    <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door mr H.C. Cusell, in tegenwoordigheid van mr W.F. Claessens, als griffier, en uitgesproken in het openbaar </para>
      <para>op 1 maart 2001.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>w.g. H.C. Cusell					w.g. W.F. Claessens</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>