<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB0292</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-16T13:46:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB0292</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 99/443</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0292">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0292</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:22:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB0292 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 20-02-2001 / AWB 99/443</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0292:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0292:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
      <para>(zesde enkelvoudige kamer)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>No. AWB 99/443					20 februari 2001</para>
      <para>	5135</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Maatschap A, te B, appellante,</para>
      <para>gemachtigde: E.W. Lamberts, werkzaam bij NLTO Advies te Assen,</para>
      <para>tegen</para>
      <para>de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te 's-Gravenhage, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr J.A. Diephuis, werkzaam bij verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op 10 mei 1999 heeft het College van appellante een beroepschrift ontvangen, waarbij </para>
      <para>beroep wordt ingesteld tegen een besluit van verweerder van 30 maart 1999.</para>
      <para>Bij dit besluit heeft verweerder beslist op het bezwaar van appellante tegen een besluit van </para>
      <para>27 oktober 1998, waarbij haar aanvraag oppervlakten in het kader van de Regeling EG-</para>
      <para>steunverlening akkerbouwgewassen ( hierna: de Regeling) is afgewezen.</para>
      <para>Nadat op 29 juni 1999 de gronden voor het beroep zijn ontvangen, heeft verweerder op </para>
      <para>23 augustus 1999 een verweerschrift met bijlagen ingediend.</para>
      <para>Bij besluit van 9 juni 2000 heeft verweerder het besluit van 30 maart 1999 heroverwogen </para>
      <para>en de bezwaren van appellante alsnog gedeeltelijk gegrond verklaard.</para>
      <para>Bij brief van 17 juli 2000 heeft appellante meegedeeld het beroep te willen handhaven.</para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 november 2000, waar partijen, </para>
      <para>appellante bij monde van A en verweerder bij monde van zijn gemachtigde, hun </para>
      <para>standpunten nader hebben toegelicht.</para>
      <para>Ter zitting is het onderzoek in deze zaak aangehouden om verweerder in  de gelegenheid te </para>
      <para>stellen nadere informatie te verstrekken.</para>
      <para>Bij brief van 5 december 2000 heeft verweerder de gevraagde informatie gegeven. Naar </para>
      <para>aanleiding van deze nadere informatie werd op 28 december 2000 ter griffie een reactie </para>
      <para>ontvangen van appellante.</para>
      <para>Bij beschikking van 17 januari 2001 heeft het College het onderzoek vervolgens gesloten.</para>
      <para>2.	De grondslag van het geschil</para>
      <para>2.1	De toepasselijke regelgeving</para>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 4, tweede lid onderdeel a, van Verordening (EEG) nr. </para>
      <para>3887/92, zoals gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 229/95, mag de steunaanvraag </para>
      <para>oppervlakten na de uiterste datum voor de indiening ervan worden gewijzigd op </para>
      <para>voorwaarde dat de bevoegde autoriteiten de wijzigingen uiterlijk op de data als bedoeld in </para>
      <para>de artikelen 10, 11 en 12 van Verordening (EEG) nr. 1765/92 van de Raad ontvangen. </para>
      <para>Voor de aanvraag oppervlakten 1998 is deze uiterste datum 15 mei 1998.</para>
      <para>Ingevolge voormeld artikel is het niet mogelijk om een perceel toe te voegen aan de </para>
      <para>percelen die zijn aangegeven voor een braaklegging.</para>
      <para>Ingevolge het bepaalde in artikel 5 bis, van Verordening (EEG) nr. 3887/92, kan een </para>
      <para>steunaanvraag onverminderd de voorschriften van de artikelen 4 en 5 in geval van een </para>
      <para>klaarblijkelijke fout na de indiening op elk moment worden aangepast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2	Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten </para>
      <para>en omstandigheden voor het College komen vast te staan.</para>
      <para>-	Door appellante is een formulier aanvraag oppervlakten 1998 algemene regeling en </para>
      <para>voederareaal, gedagtekend 14 mei 1998, bij verweerder ingediend en is </para>
      <para>akkerbouwsteun gevraagd voor 17.14 ha in productieregio 1, voor 11.63 ha in </para>
      <para>productieregio 2 en is voor de braakverplichting 1.45 ha, behorend tot het areaal van </para>
      <para>appellante te C en aldaar bekend als perceel 16, opgegeven.</para>
      <para>-	Verweerder heeft de aanvraag voor steunverlening afgewezen bij besluit van </para>
      <para>27 oktober 1998, omdat de opgegeven 1.45 ha braak (perceel 16) niet zou voldoen </para>
      <para>aan de voorwaarden voor steunverlening.</para>
      <para>-	In het kader van de afhandeling van het op 4 december 1998 ingediende </para>
      <para>bezwaarschrift heeft appellante bij brief van 15 januari 1999 aan verweerder </para>
      <para>verzocht, indien voormeld perceel 16 te C inderdaad niet zou voldoen aan alle </para>
      <para>voorwaarden, dit perceel te mogen vervangen door perceel 32 (groot 1.6 ha), dat </para>
      <para>behoort tot het areaal van appellante te B. Dit perceel heeft, naar appellante stelt, het </para>
      <para>gehele jaar feitelijk braakgelegen en voldeed ook overigens aan alle voorwaarden </para>
      <para>voor braakpercelen.</para>
      <para>-	Op 16 februari 1999 is een hoorzitting gehouden. In het verslag van de hoorzitting </para>
      <para>staat onder meer het volgende vermeld:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>"	De maatschap is inmiddels verhuisd naar een bedrijf in D. Dit </para>
      <para>akkerbouwbedrijf is overgenomen van de heer E, te B.</para>
      <para>De heer A geeft aan dat perceel 16 voorheen grasland is geweest. Hij zou dit </para>
      <para>perceel graag willen vervangen door een deel van perceel 25. Dit perceel in D </para>
      <para>ligt braak en voldoet ook verder aan de voorwaarden van de regeling.</para>
      <para>Een verklaring van buren dat de grond voldoet aan de definitie akkerland zal </para>
      <para>binnenkort worden toegestuurd."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>-	Bij schrijven van 4 maart 1999 heeft appellante een tweetal verklaringen met </para>
      <para>betrekking tot voormeld perceel 32 overgelegd. Een van de vorige eigenaar, </para>
      <para>inhoudende dat het perceel in de periode 1987-1991 in gebruik is geweest voor de </para>
      <para>akkerbouw en een van de buurman van appellante, inhoudende dat het perceel in </para>
      <para>1998 feitelijk braak heeft gelegen.</para>
      <para>-	Vervolgens heeft verweerder bij besluit van 30 maart 1999 de bezwaren van </para>
      <para>appellante ongegrond verklaard. Tegen dit besluit richt zich het beroep.</para>
      <para>-	Bij besluit van 9 juni 2000 heeft verweerder het besluit van 30 maart 1999 herzien. </para>
      <para>De bezwaren van appellante met betrekking tot perceel 16, dat niet in aanmerking </para>
      <para>zou komen voor steun op grond van braaklegging, zijn alsnog gegrond bevonden. </para>
      <para>Voor het overige heeft verweerder de eerdere beslissing van 30 maart 1999 </para>
      <para>gehandhaafd. Bij het herziene besluit heeft verweerder aan appellante een bijdrage </para>
      <para>toegekend van fl. 17.538,89.</para>
      <para>-	Bij brief van 5 december 2000 heeft verweerder een uiteenzetting gegeven over de </para>
      <para>wijze waarop dit bedrag is berekend.</para>
      <para>-	Appellante heeft in een op 28 december 2000 ter griffie ontvangen brief als volgt op </para>
      <para>de brief van 5 december 2000 gereageerd:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>"	Nu rest mij na veel overwegingen nog de vraag waarom laser op 16 Febr. 1999 </para>
      <para>op de hoorzitting in Deventer na een gesprek mij vroeg om een bewijs dat </para>
      <para>perceel 32 te B in 1998 braak heeft gelegen. Zie brieven van GLTO 4 Mrt </para>
      <para>1999.</para>
      <para>Wij voldoen bij deze aan de vraag waarbij de inleverdatum kennelijk geen </para>
      <para>probleem was. Toch word dit braakperceel nu afgekeurd. Hopelijk krijgt u hier </para>
      <para>helderheid in."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het bestreden besluit</para>
      <para>Het bestreden besluit, zoals herzien bij het besluit van 9 juni 2000, houdt - samengevat - in </para>
      <para>dat, nu het genoemde perceel 16 alsnog blijkt te voldoen aan de voorwaarden voor een </para>
      <para>braakperceel, de aan appellante toekomende compenserende betaling moet worden </para>
      <para>vastgesteld op fl. 17.538,89. Met betrekking tot perceel 32 is verweerder van oordeel, dat </para>
      <para>appellante in feite wenst dat haar aanvraag voor akkerbouwsteun wordt gewijzigd. De </para>
      <para>Regeling en de achterliggende communautaire regelgeving bieden geen mogelijkheid om </para>
      <para>de door appellante ingediende aanvraag akkerbouwsteun na 15 mei 1998 te wijzigen en </para>
      <para>aldus perceel 32 alsnog als braakperceel op te geven.</para>
      <para>4.	Het standpunt van appellante</para>
      <para>Appellante heeft tegen het herziene besluit van 9 juni 2000 aangevoerd hetgeen onder 2.2 </para>
      <para>van deze uitspraak  is aangehaald uit haar op 28 december 2000 ter griffie ontvangen brief.</para>
      <para>5.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>Gesteld noch gebleken is dat de berekening van het aan appellante uiteindelijk toegekende </para>
      <para>compenserende bedrag ad fl. 17.538,38 onjuist zou zijn. Gelet hierop, beperkt het geschil </para>
      <para>zich tot de vraag of verweerder perceel 32 terecht niet als braakperceel in aanmerking heeft </para>
      <para>genomen.</para>
      <para>Appellante heeft in haar aanvraag voor steunverlening het eerder vermelde perceel 32 niet </para>
      <para>als braakperceel opgegeven. Appellante heeft voor het eerst melding gemaakt van dit </para>
      <para>perceel in haar brief van 15 januari 1999, die in het kader van de bezwaarprocedure werd </para>
      <para>verzonden. Met verweerder moet het College daarom vaststellen dat appellante eigenlijk </para>
      <para>wenst dat verweerder toestaat dat de aanvraag oppervlakten alsnog aangepast wordt.</para>
      <para>Dit is evenwel slechts mogelijk, indien sprake is van een klaarblijkelijke fout. Naar vaste </para>
      <para>jurisprudentie is sprake van een klaarblijkelijke fout indien vaststaat dat de aanvankelijk </para>
      <para>gedane opgave kennelijk fout was. Zulks is het geval wanneer uit de aanvraag oppervlakten </para>
      <para>blijkt dat de gedane opgave niet juist kan zijn. Dat is in het geval van appellante niet aan de </para>
      <para>orde. Bijgevolg is aanpassing van de aanvraag op grond van het bepaalde bij artikel 5 bis </para>
      <para>van Vo. 3887/92 niet mogelijk.</para>
      <para>De enkele omstandigheid tenslotte, dat appellante tijdens de hoorzitting op 16 februari </para>
      <para>1999 is gevraagd bewijsstukken ter zake van de braaklegging van perceel 32 in B over te </para>
      <para>leggen kan er niet toe leiden dat verweerder gehouden zou zijn om, in strijd met de </para>
      <para>Regeling en de achterliggende communautaire regelgeving, in te stemmen met een </para>
      <para>wijziging van de aanvraag oppervlakten.</para>
      <para>Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.</para>
      <para>Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten, die tot herziening van het </para>
      <para>bestreden besluit hebben geleid, is het College niet gebleken. Wel dient aan appellante het </para>
      <para>betaalde griffierecht te worden vergoed.</para>
      <para>6.	De beslissing</para>
      <para>Het College:</para>
      <para>-	verklaart het beroep ongegrond en</para>
      <para>-	bepaalt dat aan appellante het door haar betaalde griffierecht ad fl. 450,-- (zegge: </para>
      <para>vierhonderdenvijftig gulden) wordt vergoed door de Staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr H.G. Lubberdink, in tegenwoordigheid van mr F.W. du Marchie Sarvaas, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2001</para>
    <para />
    <para />
    <para>w.g. H.G. Lubberdink			w.g. F.W. du Marchie Sarvaas</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>