<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB0291</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-11T01:15:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB0291</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-02-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 98/100</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0291">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0291</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:22:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-01-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB0291 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 20-02-2001 / AWB 98/100</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0291:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0291:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>No. AWB98/100				20 februari 2001</para>
      <para>	5040</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aero Ground Services B.V., te Schiphol-Zuid, appellante,</para>
      <para>gemachtigde: mr drs J.Th. Krebbers, </para>
      <para>tegen</para>
      <para>de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, te 's-Gravenhage, verweerder,</para>
      <para>gemachtigde: mr J. Boomsma.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op 28 januari 1998 heeft het College van appellante een beroepschrift ontvangen, waarbij </para>
      <para>beroep wordt ingesteld tegen een door de inspecteur Belastingdienst/Douane district </para>
      <para>Hoofddorp genomen besluit van  14 januari 1998.</para>
      <para>Bij dit besluit is beslist op het bezwaar van appellante tegen een aan haar op grond van </para>
      <para>artikelen 203, 204 en 220, van Verordening (EEG) nr. 2913/92 tot vaststelling van het </para>
      <para>communautair douanewetboek (hierna: het CDW) gerichte uitnodiging tot betaling </para>
      <para>(hierna: UTB) van 23 april 1997.</para>
      <para>Appellante heeft haar beroep nader aangevuld bij schrijven van  22 april 1998.</para>
      <para>Verweerder heeft op 9 juli 1998 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Appellante heeft gerepliceerd bij schrijven van 14 oktober 1998.</para>
      <para>Verweerder heeft bij schrijven van 13 januari 2000 zijn standpunt nader uiteengezet.</para>
      <para>Op 11 april 2000 heeft het onderzoek ter zitting plaats gevonden, waar partijen bij monde </para>
      <para>van hun gemachtigden hun standpunt nader hebben toegelicht.</para>
      <para>2.	De grondslag van het geschil</para>
      <para>2.1	Artikel 4, aanhef en onder 10 en 11, van het CDW luidden tot 1 januari 1997 als volgt:</para>
      <para>"	In de zin van dit wetboek wordt verstaan onder:</para>
      <para>10.	 rechten bij invoer:</para>
      <para>	 -	de douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij de invoer van </para>
      <para>goederen van toepassing zijn;</para>
      <para>	 -	de landbouwheffingen en andere belastingen bij invoer die zijn </para>
      <para>vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in </para>
      <para>het kader van de specifieke regelingen die op bepaalde door verwerking </para>
      <para>van landbouwprodukten verkregen goederen van toepassing zijn;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>11. rechten bij uitvoer:</para>
      <para>	 -	de douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij de uitvoer van </para>
      <para>goederen van toepassing zijn;</para>
      <para>	 -	de landbouwheffingen en andere belastingen bij uitvoer die zijn </para>
      <para>vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in </para>
      <para>het kader van de specifieke regelingen die op bepaalde door verwerking </para>
      <para>van landbouwprodukten verkregen goederen van toepassing zijn;"</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 20, derde lid, van het CDW, aanhef en onder c, luidde tot 1 januari 1997 als volgt:</para>
      <para>"	Het douanetarief van de Europese Gemeenschappen omvat:</para>
      <para>(.)</para>
      <para>c. de percentages en andere heffingsgrondslagen die op goederen welke in de </para>
      <para>gecombineerde nomenclatuur zijn opgenomen normaal van toepassing zijn met </para>
      <para>betrekking tot:</para>
      <para>- de douanerechten, en </para>
      <para>- de landbouwheffingen en andere belastingen bij invoer die zijn vastgesteld in </para>
      <para>het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van de </para>
      <para>specifieke regelingen die op bepaalde door verwerking  van </para>
      <para>landbouwprodukten verkregen goederen van toepassing zijn;"</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Artikel 4, aanhef en onder 10 en 11, van het CDW luiden sinds 1 januari 1997 als volgt:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>"	In de zin van dit wetboek wordt verstaan onder:</para>
      <para>10. rechten bij invoer:</para>
      <para>- de douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij de invoer van </para>
      <para>goederen van toepassing zijn;</para>
      <para>- de belastingen bij invoer die zijn vastgesteld in het kader van het </para>
      <para>gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van de specifieke </para>
      <para>regelingen die op bepaalde door verwerking van landbouwprodukten verkregen </para>
      <para>goederen van toepassing zijn;</para>
      <para>11. rechten bij uitvoer:</para>
      <para>- de douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij de uitvoer van </para>
      <para>goederen van toepassing zijn;</para>
      <para>- de andere belastingen bij uitvoer die zijn vastgesteld in het kader van het </para>
      <para>gemeenschappelijk landbouwbeleid of in het kader van de specifieke </para>
      <para>regelingen die op bepaalde door verwerking van landbouwprodukten verkregen </para>
      <para>goederen van toepassing zijn;"</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 20, derde lid, aanhef en onder c, van het CDW luidt sinds 1 januari 1997 als volgt:</para>
      <para>"	Het douanetarief van de Europese Gemeenschappen omvat:</para>
      <para>(.)</para>
      <para>c. de percentages en andere heffingsgrondslagen die op goederen welke in de </para>
      <para>gecombineerde nomenclatuur zijn opgenomen normaal van toepassing zijn met </para>
      <para>betrekking tot :</para>
      <para>- de douanerechten, en</para>
      <para>- de belastingen bij invoer die zijn vastgesteld in het kader van het </para>
      <para>gemeenschappelijk landbouwbeleid of van de specifieke regelingen die op </para>
      <para>bepaalde door verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen van </para>
      <para>toepassing zijn;"</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verordening (EG) nr. 3290/94 van de Raad van 22 december 1994 inzake de aanpassingen </para>
      <para>en de overgangsmaatregelen in de landbouwsector voor de tenuitvoerlegging van de </para>
      <para>overeenkomsten in het kader van de multilaterale handelsbesprekingen van de Uruguay-</para>
      <para>Ronde, zoals gewijzigd bij de Verordeningen (EG) van 26 juni 1996, nr. 1193/96, van 25 </para>
      <para>juni 1996, nr. 1161/97, en van 24 juni 1998, nr. 1340/98, houdt onder meer het volgende </para>
      <para>in:</para>
      <para>"	DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(.)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overwegende dat de Gemeenschap in het kader van de multilaterale </para>
      <para>handelsbesprekingen van de Uruguay-Ronde na onderhandeling </para>
      <para>overeenstemming heeft bereikt over een aantal overeenkomsten (hierna </para>
      <para>"GATT-overeenkomsten" te noemen); dat enkele van deze overeenkomsten, </para>
      <para>met name de Overeenkomst inzake de landbouw (hierna "de Overeenkomst" te </para>
      <para>noemen), betrekking hebben op de landbouwsector; dat, aangezien de </para>
      <para>concessies inzake interne steunverlening kunnen worden nageleefd door de </para>
      <para>prijzen en de steunbedragen op een passend niveau vast te stellen, </para>
      <para>dienaangaande geen specifieke bepalingen behoeven te worden vastgesteld; dat </para>
      <para>de Overeenkomst, gespreid over een periode van zes jaar, voorziet in </para>
      <para>vergroting van de toegang van landbouwprodukten uit derde landen tot de </para>
      <para>markt van de Gemeenschap enerzijds en geleidelijke verlaging van de steun </para>
      <para>van de Gemeenschap voor de uitvoer van landbouwprodukten anderzijds; dat </para>
      <para>de landbouwwetgeving inzake het handelsverkeer met derde landen bijgevolg </para>
      <para>aangepast moet worden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overwegende dat de Overeenkomst met de verplichting om alle maatregelen </para>
      <para>die de invoer van landbouwprodukten beperken in douanerechten om te </para>
      <para>rekenen (tarificatie) en met het verbod om in de toekomst dergelijke </para>
      <para>maatregelen toe te passen, meebrengt dat de variabele heffingen bij invoer en </para>
      <para>de andere maatregelen en belastingen bij invoer die momenteel gelden in het </para>
      <para>kader van de gemeenschappelijke marktordeningen, moeten worden afgeschaft;</para>
      <para>dat de douanerechten volgens de Overeenkomst van toepassing zijn voor </para>
      <para>landbouwprodukten, zullen worden vastgesteld in het gemeenschappelijk </para>
      <para>douanetarief; dat echter voor bepaalde sectoren, zoals granen, rijst, wijn en </para>
      <para>groenten en fruit, met het oog op de invoering van aanvullende of andere </para>
      <para>regelingen dan stabiele douanerechten afwijkingsbepalingen in de </para>
      <para>basisverordeningen moeten worden opgenomen; dat voorts op grond van de </para>
      <para>Overeenkomst de maatregelen ter bescherming van de markt van de </para>
      <para>Gemeenschap tegen de invoer van rozijnen en krenten en verwerkte kersen </para>
      <para>voor vijf jaar gehandhaafd mogen worden; dat het voorts, om problemen op het </para>
      <para>vlak van de voorziening van de markt van de Gemeenschap te voorkomen, </para>
      <para>dienstig is toe te staan dat voor bepaalde produkten van de sector suiker de </para>
      <para>toepassing van de douanerechten wordt geschorst;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overwegende dat, met het oog op het behoud van een minimum aan </para>
      <para>bescherming tegen de nadelige marktconsequenties die het gevolg kunnen zijn </para>
      <para>van bovengenoemde tarificatie, het in de Overeenkomst inzake </para>
      <para>vrijwaringsmaatregelen is toegestaan om onder nauwkeurig bepaalde </para>
      <para>voorwaarden en uitsluitend voor de produkten waarvoor de tarificatie geldt </para>
      <para>aanvullende douanerechten toe te passen; dat derhalve in de betrokken </para>
      <para>basisverordeningen een bepaling in bovengenoemde zin moet worden </para>
      <para>opgenomen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(.)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overwegende dat als gevolg van de bij deze verordening vastgestelde </para>
      <para>wijzigingen in de landbouwwetgeving talrijke verordeningen van de Raad die </para>
      <para>afgeleid zijn van de basisverordeningen geen zin meer hebben: dat het, met het </para>
      <para>oog op juridische duidelijkheid, dienstig is die verordeningen in te trekken; dat </para>
      <para>tegelijk ook een aantal bepalingen moet worden ingetrokken die weliswaar niet </para>
      <para>rechtstreeks verband houden met de GATT-overeenkomsten, maar die ook </para>
      <para>achterhaald zijn; dat hetzelfde geldt voor een aantal verordeningen van de Raad </para>
      <para>(zogenaamde verordeningen van de "tweede generatie"), waarvan het </para>
      <para>merendeel in de betrokken basisverordeningen kan worden opgenomen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(.)</para>
    <para />
    <para>HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 1</para>
      <para>Bij deze verordening worden de aanpassingen en overgangsmaatregelen </para>
      <para>vastgesteld voor de tenuitvoerlegging in de landbouwsector van de </para>
      <para>overeenkomsten die zijn gesloten in het kader van de multilaterale </para>
      <para>handelsbesprekingen van de Uruguay-Ronde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 2</para>
      <para>De in artikel 1 bedoelde aanpassingen zijn opgenomen in de bijlagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 3</para>
      <para>1. Als in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid maatregelen </para>
      <para>nodig zijn om de overgang te vergemakkelijken van de huidige regeling naar de </para>
      <para>regeling die het resultaat is van de aanpassingen aan de eisen die voortvloeien </para>
      <para>uit de in artikel 1 bedoelde overeenkomsten, worden deze </para>
      <para>overgangsmaatregelen vastgesteld volgens de procedure van artikel 38 van </para>
      <para>Verordening nr. 136/66/EEG of, naar gelang van het geval, de daarmee </para>
      <para>corresponderende artikelen van de andere verordeningen houdende een </para>
      <para>gemeenschappelijke marktordening voor landbouwprodukten of van </para>
      <para>Verordening (EG) nr. 3448/93.</para>
      <para>Bij de vaststelling van deze maatregelen wordt, met inachtneming van de </para>
      <para>verplichtingen op grond van de in artikel 1 bedoelde overeenkomsten, rekening </para>
      <para>gehouden met de specifieke omstandigheden in de verschillende sectoren van </para>
      <para>de landbouw.</para>
      <para>2. De in lid 1 bedoelde maatregelen kunnen worden vastgesteld tot en met </para>
      <para>30 juni 1999 en uiterlijk tot die datum worden toegepast. De Raad kan de </para>
      <para>betrokken periode op voorstel van de Commissie en met gekwalificeerde </para>
      <para>meerderheid van stemmen verlengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(.)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 6</para>
      <para>1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1995.</para>
      <para>2. Zij is van toepassing met ingang van 1 juli 1995.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bepalingen:</para>
      <para>a. van de artikelen 3 en 4, lid 2, zijn echter van toepassing met ingang van </para>
      <para>1 januari 1995;</para>
      <para>b. die in de bijlagen zijn vastgesteld met betrekking tot de invoerrechten en de </para>
      <para>aanvullende invoerrechten voor de in de bijlagen XIII en XVI bedoelde </para>
      <para>produkten waarvoor een invoerprijs wordt toegepast, zijn echter in 1995 van </para>
      <para>toepassing vanaf het begin van het verkoopseizoen van de betrokken produkten </para>
      <para>in 1995;</para>
      <para>(.)</para>
      <para>d. die zijn vastgesteld in bijlage XV zijn echter van toepassing met ingang van </para>
      <para>1 januari 1995;</para>
      <para>e. die zijn vastgesteld in bijlage XVI, onderdeel 1, punt 2, zijn echter van </para>
      <para>toepassing met ingang van 1 januari 1996.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks </para>
      <para>toepasselijk in elke Lid-Staat."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verordening (EG) nr. 1035/96 van de Commissie van 8 mei 1996 tot wijziging van bijlage </para>
      <para>I van Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad met betrekking tot de tarief- en </para>
      <para>statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief houdt onder meer het </para>
      <para>volgende in:</para>
      <para>"	DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(.)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overwegende dat bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 een </para>
      <para>goederennomenclatuur is vastgesteld, hierna "gecombineerde nomenclatuur" </para>
      <para>genoemd, zowel ten behoeve van het gemeenschappelijk douanetarief als ten </para>
      <para>behoeve van de statistieken van de buitenlandse handel van de Gemeenschap;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Overwegende dat de gecombineerde nomenclatuur gewijzigd dient te worden </para>
      <para>vanwege:</para>
      <para>-	gewijzigde eisen op het gebied van de statistieken en het handelsbeleid, met </para>
      <para>name ingevolge Besluit 94/800/EG van de Raad van 22 december 1994 </para>
      <para>betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap voor wat betreft </para>
      <para>de onder haar bevoegdheid vallende aangelegenheden, van de uit de </para>
      <para>multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de Uruguay-Ronde </para>
      <para>(1986-1994) voortvloeiende overeenkomsten, Verordening (EG) nr. 3093/95 </para>
      <para>van de Raad van 22 december 1995 houdende vaststelling van de uit de </para>
      <para>onderhandelingen in het kader van artikel XXIV, lid 6, van de GATT </para>
      <para>voortvloeiende rechten die de Gemeenschap dient toe te passen als gevolg </para>
      <para>van de toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden tot de Europese Unie </para>
      <para>en van andere bepalingen die door de Raad of door de Commissie zijn </para>
      <para>vastgesteld;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(.)</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:</para>
    <para />
    <para>						Artikel 1</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onverminderd de bepalingen van Verordening (EG) nr. 344/96 van de Raad </para>
      <para>van 26 februari 1996 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 2658/87 met </para>
      <para>betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk </para>
      <para>douanetarief, wordt bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 </para>
      <para>overeenkomstig de bijlagen bij deze verordening gewijzigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>						Artikel 2</para>
    <para />
    <para>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 1996.</para>
    <para />
    <para>(.)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>										Invoerrecht</para>
      <para>GN-code  Omschrijving	     autonoom   conventioneel	Bijzondere </para>
      <para>				     (%)		       (%)	maatstaf</para>
      <para>   1		2	       	3		    4		    5</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>0201		Vlees van 					    -</para>
      <para>		runderen vers </para>
      <para>		of gekoeld:</para>
      <para>(.)</para>
      <para>0201 30 00	- zonder been     20 + 474,0    17,6 + 417,1      -</para>
      <para>				        Ecu/           Ecu/</para>
      <para>				    100 kg/net     100 kg/net</para>
      <para>							       (û)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>0202		Vlees van </para>
      <para>		runderen,</para>
      <para>		bevroren:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>(.)</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>0206 10 95	longhaasjes en    20 + 474       17,6 + 417,1     -</para>
      <para>		omlopen...       	   Ecu/	      Ecu/</para>
      <para>					   100 kg/net     100 kg/net</para>
      <para>							        (ý)"</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 30c en 30d van de Algemene wet inzake Rijksbelastingen (hierna: de Awb) </para>
      <para>luidden ten tijde van belang als volgt:</para>
      <para>"				Art. 30c</para>
      <para>In afwijking van artikel 2, eerste lid, onderdeel b, wordt onder rechter verstaan </para>
      <para>de Tariefcommissie indien de uitspraak, bedoeld in artikel 26, betrekking heeft </para>
      <para>op een uitnodiging tot betaling met betrekking tot douanerechten, dan wel op </para>
      <para>een beschikking die is genomen op grond van wettelijke bepalingen in de zin </para>
      <para>van de Douanewet, andere dan die van hoofdstuk 5 van die wet.</para>
      <para>			Art. 30d</para>
      <para>- 1. Tegen een uitnodiging tot betaling ter zake van anti-dumpingheffingen, </para>
      <para>compenserende heffingen of landbouwheffingen, onderscheidenlijk een in </para>
      <para>artikel 886, eerste lid, van de toepassingsverordening Communautair </para>
      <para>douanewetboek bedoelde beschikking tot terugbetaling of kwijtschelding ter </para>
      <para>zake van deze heffingen, staat, in afwijking van hetgeen omtrent bezwaar en </para>
      <para>beroep in de andere artikelen van dit hoofdstuk is bepaald, beroep open op het </para>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven.</para>
      <para>- 2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan degene die een </para>
      <para>douaneaangifte heeft gedaan en in verband met de toepassing van de wettelijke </para>
      <para>voorschriften inzake anti-dumpingheffingen, compenserende heffingen of </para>
      <para>landbouwheffingen bezwaar heeft tegen de door de inspecteur voor die </para>
      <para>goederen toegepaste indeling in het douanetarief, bedoeld in artikel 20, derde </para>
      <para>lid, van het Communautair douanewetboek, een bezwaarschrift indienen op de </para>
      <para>voet van artikel 23.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Douanewet bevat onder meer de volgende bepalingen:</para>
      <para>"	Artikel 1</para>
      <para>(.)</para>
      <para>2. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder </para>
      <para>rechten bij invoer:</para>
      <para>a. douanerechten in de zin van het vierde lid  en heffingen van gelijke werking </para>
      <para>die bij de invoer van goederen van toepassing zijn;</para>
      <para>b. landbouwheffingen en andere belastingen bij invoer die zijn vastgesteld in </para>
      <para>het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in dat van de </para>
      <para>specifieke regelingen die op bepaalde door verwerking van landbouwprodukten </para>
      <para>verkregen goederen van toepassing zijn.</para>
      <para>3. In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder </para>
      <para>rechten bij uitvoer:</para>
      <para>a. douanerechten en heffingen van gelijke werking die bij de uitvoer van </para>
      <para>goederen van toepassing zijn;</para>
      <para>b. landbouwheffingen en andere belastingen bij uitvoer die zijn vastgesteld in </para>
      <para>het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid of in dat van de </para>
      <para>specifieke regelingen die op bepaalde door verwerking van landbouwprodukten </para>
      <para>verkregen goederen van toepassing zijn;</para>
      <para>4. Onder de naam 'douanerechten' wordt een belasting geheven overeenkomstig </para>
      <para>hetgeen dienaangaande, mede onder de benaming invoerrecht, is bepaald bij of </para>
      <para>krachtens het Koninkrijk verbindende verdragen en in al hun onderdelen </para>
      <para>verbindende besluiten van bij zodanige verdragen opgerichte volkenrechtelijke </para>
      <para>organisaties.</para>
      <para>(.)</para>
      <para>Artikel 2</para>
      <para>(.)</para>
      <para>2. In deze wet en de andere wetten inzake de rechten bij invoer en de rechten </para>
      <para>bij uitvoer, alsmede de daarop berustende bepalingen, wordt in aanvulling op </para>
      <para>de begripsbepalingen van het Communautair douanewetboek verstaan onder:</para>
      <para>(.)</para>
      <para>c. landbouwheffingen: zowel landbouwheffingen als andere belastingen bij </para>
      <para>invoer die zijn vastgesteld in het kader van het gemeenschappelijk </para>
      <para>landbouwbeleid of in dat van specifieke regelingen die op bepaalde door </para>
      <para>verwerking van landbouwprodukten verkregen goederen van toepassing zijn;</para>
      <para>(.)"</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2	Op grond van de stukken en het onderzoek ter terechtzitting zijn - voorzover van belang - </para>
      <para>in deze zaak de volgende feiten en omstandigheden vast komen te staan.</para>
      <para>-	Op 9 december 1996 is een container met vleesproducten onder airway bill 1142356-</para>
      <para>5043 vanuit de Verenigde Staten vervoerd naar Schiphol. De vleesproducten waren </para>
      <para>afkomstig van General Meat Corporation te Chicago. De container was bestemd voor </para>
      <para>Joegoslavi‰. De zending bestond uit 22 colli met een gewicht van 20.769 kg.</para>
      <para>-	Voormelde goederen zijn op 9 december 1996 geplaatst onder het stelsel van douane-</para>
      <para>entrepot en in de desbetreffende administratie van appellante opgenomen onder nr. </para>
      <para>69226. Als luchtvervoerder was opgetreden El Al; als agent in Nederland Blue Water </para>
      <para>Shipping (hierna: BWS). </para>
      <para>-	Vooruitlopend op zending van de goederen naar Joegoslavi‰ heeft BWS een </para>
      <para>document T1 opgemaakt.</para>
      <para>-	Op 10 december 1996 is de container gevisiteerd door de douane. Bij deze visitatie is </para>
      <para>gebleken dat de inhoud van de container niet bestond uit slachtafvallen maar uit </para>
      <para>ossenhazen en longhazen, hetgeen leidde tot niet-doorlating van de container.</para>
      <para>-	Appellante beschikte in haar douane-entrepot niet over voldoende koelruimte.</para>
      <para>-	BWS heeft vervolgens in overleg met de douane gekozen voor opslag van het vlees </para>
      <para>in een zich op het terrein van appellante bevindende koeltrailer.</para>
      <para>-	Deze koeltrailer is afgekoppeld geplaatst op het terrein van appellante.</para>
      <para>-	Op 12 december 1996 was de trailer verdwenen.</para>
      <para>-	Op 1 april 1997 is appellante door de douane in kennis gesteld van een minder-</para>
      <para>bevinding in haar entrepot.</para>
      <para>-	Op 23 april 1997 heeft de inspecteur op grond van de artikelen 203, 214 en 220 van </para>
      <para>het CDW een UTB naar appellante doen uitgaan, waarop onder meer een bedrag van </para>
      <para>f 209.029,40 voor "landbouwheffing" was vermeld.</para>
      <para>-	Appellante heeft bij schrijven van 15 mei 1997 bezwaar gemaakt tegen voormelde </para>
      <para>UTB.</para>
      <para>-	Hierop heeft verweerder het bestreden besluit genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het bestreden besluit en het standpunt van verweerder</para>
      <para>Bij het bestreden besluit heeft verweerder de bezwaren ongegrond verklaard.</para>
      <para>In zijn schrijven van 13 januari 2000 heeft verweerder medegedeeld dat onder de codes 77 </para>
      <para>en 78 douanerechten zijn nagevorderd, die zijn ingesteld op basis van WTO-tarief-</para>
      <para>contingenten en niet op basis van het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Deze rechten </para>
      <para>zijn abusievelijk als "landbouwheffing" omschreven. De juiste omschrijving, aldus </para>
      <para>verweerder, had behoren te zijn "douanerechten". Voor douanerechten is de </para>
      <para>Tariefcommissie bevoegd.</para>
      <para>4.	Het standpunt van appellante</para>
      <para>Voorzover thans van belang heeft appellante het volgende aangevoerd</para>
      <para>Aangaande de bevoegdheid tot de beoordeling van het geschil refereert appellante zich aan </para>
      <para>het oordeel van het College.</para>
      <para>Volgens de UTB van 23 april 1997 is aan douanerechten nihil geheven. Wel zijn geheven  </para>
      <para>landbouwheffingen. Aan de UTB ontbreekt een rechtsbasis nu de landbouwheffingen ten </para>
      <para>tijde van het opleggen van de UTB niet meer aanwezig waren. De UTB dient derhalve te </para>
      <para>vervallen. De wettelijke systematiek erkent geen conversie van zonder rechtsgrond </para>
      <para>geheven heffingen in heffingen die wel een rechtsbasis hebben.</para>
      <para>5.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>Bij verordening (EG) nr. 3290/94 zijn aanpassingen en overgangsmaatregelen in de </para>
      <para>landbouwsector vastgesteld om uitvoering te geven aan de overeenkomsten die zijn </para>
      <para>gesloten in het kader van de Uruguay-ronde. De aanpassingen zijn opgenomen in de </para>
      <para>bijlagen van deze verordening. De overeenkomst inzake de landbouw is in werking </para>
      <para>getreden op 1 januari 1995. Behoudens een aantal hier niet ter zake doende uitzonderingen </para>
      <para>is deze verordening van toepassing vanaf 1 juli 1995.</para>
      <para>Ingevolge deze verordening worden - voorzover hier van belang - landbouwheffingen </para>
      <para>omgerekend in douanerechten (tarificatie).</para>
      <para>Vaststaat dat in het onderhavige geval zodanige omgerekende rechten zijn geheven, en dat </para>
      <para>derhalve de op de UTB van 23 april 1997 gebezigde terminologie "landbouwheffing" toen </para>
      <para>had moeten luiden: "douanerechten". De term "landbouwheffing" komt immers sinds </para>
      <para>1 januari 1997 in het CDW niet meer voor.</para>
      <para>Deze omstandigheid brengt met zich mee dat, gelet op de bevoegdheidsverdeling tussen </para>
      <para>het College en de Tariefcommissie in de artikelen 30c en 30d van de AWR, wat betreft </para>
      <para>vanaf 1 januari 1997 geheven douanerechten de Tariefcommissie exclusief bevoegd is ook </para>
      <para>indien deze - per abuis - onder de benaming "landbouwheffing" aan belanghebbende </para>
      <para>bekend zijn gemaakt.</para>
      <para>Het beroepschrift zal met toepassing van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht </para>
      <para>(hierna: Awb) worden doorgezonden aan de Tariefcommissie.</para>
      <para>Het College zal de beslissing omtrent de proceskosten reserveren tot de einduitspraak van </para>
      <para>de Tariefcommissie.</para>
      <para>Een redelijke toepassing van artikel 8:74, lid 2, van de Awb brengt met zich dat aan </para>
      <para>appellante het door haar gestorte griffiegeld door de griffier van het College wordt </para>
      <para>vergoed.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	De beslissing</para>
      <para>Het College:</para>
      <para>-	verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep;</para>
      <para>-	stelt de door appellante in verband met de behandeling van het beroep bij het College gemaakte proceskosten vast op fl. 2130,--;</para>
      <para>-	draagt de griffier op het door appellante voor de behandeling van het beroep betaalde griffiegeld ad fl. 420,-- aan appellante te vergoeden;</para>
      <para>-	draagt de griffier op het dossier van deze zaak door te zenden aan de Tariefcommissie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr D. Roemers, mr H.G. Lubberdink en mr F.H.M. Possen, in tegenwoordigheid van mr A. Bruining, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2001.</para>
    <para />
    <para />
    <para>w.g. D. Roemers						w.g. A. Bruining</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>