<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AB0040</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T14:11:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AB0040</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-02-13</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 99/120</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0006509&amp;artikel=18&amp;g=2001-02-13">Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 18</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0040">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AB0040</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:20:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2002-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AB0040 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 13-02-2001 / AWB 99/120</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0040:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AB0040:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>No. AWB 99/120						13 februari 2001</para>
      <para>	22300</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Densure Holland B.V., te Rotterdam, appellante,</para>
      <para>gemachtigde: mr P.G. Gilhuis, advocaat te Dordrecht, </para>
      <para>tegen</para>
      <para>de Pensioen &amp; Verzekeringskamer (voorheen: de Verzekeringskamer), verweerster,</para>
      <para>gemachtigde: mr G.R. Boshuizen, werkzaam bij verweerster</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op  5 februari 1999 heeft het College van appellante een beroepschrift ontvangen, waarbij </para>
      <para>beroep wordt ingesteld tegen een besluit van verweerster van 8 januari 1999.</para>
      <para>Bij dat besluit heeft verweerster het bezwaar van appellante tegen verweersters beslissing </para>
      <para>op grond van artikel 18 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 dat appellante het </para>
      <para>schadeverzekeringsbedrijf uitoefent, ongegrond verklaard.</para>
      <para>Bij brief, ingekomen op 26 februari 1999 heeft appellante de gronden van het beroep </para>
      <para>toegezonden.</para>
      <para>Verweerster heeft op 7 april 1999 een verweerschrift ingediend.</para>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 december 2000. Bij die gelegenheid is </para>
      <para>appellante verschenen in de persoon van haar directeur A, bijgestaan door de gemachtigde </para>
      <para>van appellante, en heeft verweerster zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
      <para>2.	De grondslag van het geschil</para>
      <para>2.1	Artikel 1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 </para>
      <para>(hierna: Wtv 1993) luidt:</para>
      <para>" 1. In deze wet en de daarop berustende bepalingen  wordt - voor zover niet </para>
      <para>anders blijkt - verstaan onder:</para>
      <para>(.)</para>
      <para>c. schadeverzekeringsbedrijf: het als bedrijf sluiten van overeenkomsten van </para>
      <para>schadeverzekering voor eigen rekening, met inbegrip van het afwikkelen van </para>
      <para>de in dat bedrijf gesloten overeenkomsten van schadeverzekering, ook al wordt </para>
      <para>daarmee niet beoogd het maken van winst;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 18, eerste lid van de Wtv 1993 luidt:</para>
      <para>"	1. De Verzekeringskamer beslist voor de toepassing van deze wet of een </para>
      <para>handeling of een samenstel van handelingen al dan niet uitoefening van het </para>
      <para>schadeverzekeringsbedrijf, het levensverzekeringsbedrijf of een andersoortig </para>
      <para>bedrijf vormt en of een handeling of samenstel van handelingen al dan niet </para>
      <para>uitoefening van het verzekeringsbedrijf vanuit een vestiging in Nederland </para>
      <para>vormt. Zij beslist tevens tot welke branche of branches de overeenkomst van </para>
      <para>verzekering behoort.</para>
      <para>(...)."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Artikel 246 van het Wetboek van Koophandel luidt:</para>
      <para>"	Assurantie of verzekering is eene overeenkomst bij welke de verzekeraar zich </para>
      <para>aan den verzekerde, tegen genot eener premie, verbindt om denzelven </para>
      <para>schadeloos te stellen wegens een verlies,  schade of gemis van verwacht </para>
      <para>voordeel, welke dezelve door een onzeker voorval zoude kunnen lijden." </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.2	Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten </para>
      <para>en omstandigheden voor het College komen vast te staan.</para>
      <para>- Appellante voert een bedrijf dat is gericht op het werven van tandartsen en pati‰nten </para>
      <para>voor het door haar ontworpen Densure Tandzorg Systeem.</para>
      <para>- In de door appellante uitgegeven brochure is voormeld systeem als volgt </para>
      <para>omschreven:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>"	Densure Holland is een particulier initiatief vanuit de tandheelkundige praktijk. </para>
      <para>Het verleent administratieve diensten aan tandartsen via een tandheelkundig </para>
      <para>"onderhoudsabonnement" voor gesaneerde pati‰nten. Densure Holland werkt </para>
      <para>met vastomlijnde pakketten waarin de meest voorkomende verrichtingen tegen </para>
      <para>vaste tarieven zijn opgenomen. Kortom: duidelijkheid en zekerheid bij een </para>
      <para>onzekere toekomst.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>*Uw voordelen: geen entreebedrag, geen keuring, iedere maand overboeking </para>
      <para>van de betalingen, dus een regelmatig inkomen. Daarnaast: geen </para>
      <para>administratieve handelingen. Aan het eind van elke maand ontvangt U een </para>
      <para>computeruitdraai met de naam van de patient, het gekozen pakket, de </para>
      <para>vervaldatum van het contract en de betaling die aan de tandarts wordt gedaan </para>
      <para>tegen geringe administratieve kosten.</para>
      <para>*Voordelen voor de pati‰nt: geen keuring, een regelmatige betaling, geen extra </para>
      <para>betalingen binnen het gekozen pakket, dus geen financi‰le tegenvallers. </para>
      <para>Daarnaast: lage kosten in vergelijking met aanvullende verzekeringen, een </para>
      <para>directe relatie met de tandarts, dus snel een antwoord op eventuele vragen."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- De voorwaarden van het systeem zoals omschreven ten behoeve van de deelnemende </para>
      <para>tandartsen luiden onder meer als volgt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>"	BETALINGEN</para>
      <para>22.	De bedragen die een pati‰nt volgens een DENSURE contract aan het lid </para>
      <para>verschuldigd is zullen op maandbasis worden betaald en rechtstreeks </para>
      <para>door  DENSURE namens het lid bij de pati‰nt worden ge‹nd. DENSURE </para>
      <para>is verantwoordelijk voor het innen van de bedragen die de pati‰nt </para>
      <para>verschuldigd is overeenkomstig het DENSURE Plan dat is opgenomen in </para>
      <para>het contract van het lid met de pati‰nt.</para>
      <para>23.	Een lid zal onder geen enkele voorwaarde trachten betalingen </para>
      <para>rechtstreeks van de pati‰nt, of van een bedrijf of de medewerkers van een </para>
      <para>bedrijf die een DENSURE contract met een lid hebben ondertekend, te </para>
      <para>innen.</para>
      <para>24.	DENSURE is niet verantwoordelijk voor gelden die de pati‰nt voor </para>
      <para>behandeling verschuldigd is wanneer deze behandeling geen deel </para>
      <para>uitmaakt van het DENSURE contract dat het lid en de pati‰nt zijn </para>
      <para>aangegaan. Behandeling die buiten het DENSURE contract of het door </para>
      <para>de pati‰nt gekozen DENSURE Plan valt, moet overeengekomen worden </para>
      <para>en onafhankelijk en los van alle bedragen worden gedeclareerd die </para>
      <para>voortvloeien uit het DENSURE Management Systeem en het DENSURE </para>
      <para>contract van de pati‰nt met een lid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ADMINISTRATIE</para>
      <para>25.	DENSURE zal het lid maandelijks een volledig overzicht verstrekken </para>
      <para>waarin de gegevens van iedere pati‰nt die een DENSURE contract met </para>
      <para>het lid is aangegaan en wiens contract in het DENSURE Management </para>
      <para>Systeem is geregistreerd zijn opgenomen, alsmede een specificatie van </para>
      <para>het bedrag of het totaal der bedragen die voor behandeling van de pati‰nt </para>
      <para>namens het lid zijn ge‹nd.</para>
      <para>26.	DENSURE zal aan het lid de bedragen betalen die voortvloeien uit het </para>
      <para>contract van het lid met de pati‰nt, na aftrek van administratiekosten: in </para>
      <para>bovengenoemd overzicht zullen deze volledig worden gespecificeerd. </para>
      <para>Administratiekosten kunnen door DENSURE worden gewijzigd nadat dit </para>
      <para>3 maanden van tevoren aan het lid is meegedeeld.</para>
      <para>27.	Indien een pati‰nt verzuimt te betalen, zal DENSURE het betreffende lid </para>
      <para>direct informeren, en (naar DENSURE's absolute oordeel) zonodig de </para>
      <para>registratie van het contract met de pati‰nt be‰indigen, waarna het lid het </para>
      <para>contract met de pati‰nt onmiddellijk schriftelijk zal opzeggen."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- Registratie vindt plaats aan de hand van een door tandarts en pati‰nt in te vullen </para>
      <para>"Densure Holland Contract en Registratieformulier".  Op dit formulier is onder meer </para>
      <para>de volgende voorwaarde vermeld:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>"	(...)</para>
      <para>11. Bij ontvangst van dit contract en de juiste bedragen kan Densure het </para>
      <para>contract als onderdeel van het Densure Management Systeem registreren. </para>
      <para>Acceptatie van dit contract of weigering tot registratie over te gaan is volledig </para>
      <para>ter beoordeling aan Densure, ingeval van weigering geschiedt dit zonder </para>
      <para>opgave van redenen. Dienovereenkomstig treedt dit contract pas in werking </para>
      <para>wanneer het door Densure wordt geregistreerd en  is de tandarts ingeval van </para>
      <para>weigering op geen enkele wijze verantwoording verschuldigd aan de pati‰nt."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- Bij besluit van 29 juli 1998 heeft verweerder beslist dat appellante, door uitvoering te </para>
      <para>geven aan het Densure Management Systeem, het schadeverzekeringsbedrijf </para>
      <para>uitoefent in de zin van de Wtv 1993.</para>
      <para>- Hiertegen heeft appellante op 17 augustus 1998, aangevuld op 4 november 1998, een </para>
      <para>bezwaarschrift ingediend. Appellante is op 27 november 1998 naar aanleiding van </para>
      <para>haar bezwaren gehoord.</para>
      <para>- Vervolgens heeft verweerster het bestreden besluit genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het bestreden besluit</para>
      <para>Bij het bestreden besluit zijn de bezwaren van appellante ongegrond verklaard. </para>
      <para>Verweerster heeft hiertoe het volgende overwogen.</para>
      <para>"	Een onderhoudsabonnement onderscheidt zich van een verzekeringscontract, </para>
      <para>doordat bij zuiver onderhoud geen sprake is van onvoorzienbaarheid. Een </para>
      <para>duidelijk voorbeeld is het onderhoudsabonnement bij een automobiel waarbij </para>
      <para>na iedere 10.000 km. alle bougies vervangen worden, ongeacht hun technische </para>
      <para>staat. Er wordt dus niet telkens gekeken of vervanging wel nodig is. Hetzelfde </para>
      <para>geldt voor het - namens bezwaarde zelf aangegeven - voorbeeld van een </para>
      <para>onderhoudscontract voor een centrale verwarming. Ook daar worden op vooraf </para>
      <para>bepaalde momenten vooraf bepaalde onderdelen vervangen, zonder specifieke </para>
      <para>beoordeling van de noodzaak daartoe. Men gaat er gewoon vanuit - op basis </para>
      <para>van ervaringsgegevens - dat de betreffende onderdelen na die bepaalde tijd aan </para>
      <para>vervanging toe zijn. Dat het door bezwaarde specifiek voorgelegde voorbeeld </para>
      <para>wellicht tevens bepaalde verzekeringselementen bevat, doet daaraan niet af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Een dergelijk automatisme ontbreekt echter bij het Densuresysteem. </para>
      <para>Vervangingen en restauraties van vullingen en kronen vinden immers slechts </para>
      <para>plaats voor zover klinisch noodzakelijk. Uitdrukkelijk is van de zijde van </para>
      <para>bezwaarde verklaard dat v¢¢rdat wordt overgegaan tot vervanging van </para>
      <para>vullingen en restauraties, telkens door de tandarts beoordeeld wordt of de </para>
      <para>noodzaak daartoe bestaat of niet. Automatische vervanging zou volgens </para>
      <para>bezwaarde tot onnodige schade aan het gebit kunnen leiden. Per cli‰nt loopt de </para>
      <para>slijtage van tanden, vullingen en kronen bovendien uiteen. Daarom wordt er in </para>
      <para>het Densuresysteem gewerkt met een drietal categorie‰n. Pati‰nten waarvan de </para>
      <para>tandarts vermoedt dat zij een te hoog slijtagerisico opleveren, bijvoorbeeld </para>
      <para>doordat zij hun gebit slecht plegen te onderhouden, worden zelfs geheel </para>
      <para>geweerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is dus - in tegenstelling tot een zuiver onderhoudsabonnement - wel degelijk </para>
      <para>sprake van risico's, dus van een zekere mate van onvoorzienbaarheid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het mag zo zijn dat een ervaren tandarts deze risico's goed kan inschatten. </para>
      <para>Zeker voor wat betreft de totale groep van deelnemende pati‰nten zal het </para>
      <para>Densure-tarief de kosten van de betrokken tandarts redelijk kunnen dekken. </para>
      <para>Van pati‰nt tot pati‰nt verschillen de risico's echter. Voor de individuele </para>
      <para>pati‰nt die aan het Densure Tandzorg Systeem deelneemt, bestaat er kans op </para>
      <para>voor- of nadeel. Indien dit niet zo was, zou een individuele pati‰nt geen belang </para>
      <para>hebben om aan het systeem deel te nemen. Doorslaggevend belang voor </para>
      <para>deelname aan het Densuresyteem is voor de pati‰nt immers niet gelegen in de </para>
      <para>dienstverlening van de tandarts, welke evengoed daarbuiten verkregen kan </para>
      <para>worden. In het Densure Tandzorg Systeem gaat het er voor de pati‰nt in de </para>
      <para>eerste plaats om dat op geld waardeerbare schaden worden vergoed. Van een </para>
      <para>abonnementensysteem, zoals de advocaat namens bezwaarde tijdens de </para>
      <para>hoorzitting nog heeft gesteld, is daarom geen sprake."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft verweerster nog gewezen op  de uitspraak van het College van </para>
      <para>26 april 2000, nr AWB 98/1176 . Ook daar was sprake van drie partijen, waarbij de </para>
      <para>verzekeraar  via de betrokken aannemingsbedrijven verzekeringsovereenkomsten afsloot </para>
      <para>met de afnemers. In het verweerschrift en ter zitting heeft verweerster verder gewezen op </para>
      <para>de uitspraak van het College van 25 augustus 1993, nr (AB 1994/405). Uit deze uitspraak, </para>
      <para>aldus verweerster, valt af te leiden dat zeer wel denkbaar is dat een overeenkomst </para>
      <para>gedeeltelijk het karakter kan hebben van een schadeverzekering en gedeeltelijk een </para>
      <para>andersoortig karakter kan hebben.</para>
      <para>4.	Het standpunt van appellante</para>
      <para>Appellant heeft ter ondersteuning van het beroep het volgende tegen het bestreden besluit </para>
      <para>aangevoerd.</para>
      <para>Ten onrechte overwoog en besliste verweerster dat de relatie tussen appellante en de </para>
      <para>betrokken deelnemers/pati‰nten te beschouwen is als een overeenkomst, overigens </para>
      <para>evenzeer ten onrechte gekwalificeerd als verzekeringsovereenkomst.</para>
      <para>Ten onrechte heeft verweerster de overeenkomst - die dus blijkens grief 1 in elk geval  niet </para>
      <para>tussen appellante en de pati‰nt geldt - aangemerkt als verzekeringsovereenkomst.</para>
      <para>Ten onrechte heeft verweerster het beroep van appellante op de eerdere goedkeuring van </para>
      <para>het verzorgingssysteem van Tandplan B.V. te Nieuwegein verworpen.</para>
      <para>5.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>In dit geschil staat ter beoordeling de houdbaarheid van verweersters standpunt dat </para>
      <para>appellante het schadeverzekeringsbedrijf uitoefent. Te dien aanzien is in de eerste plaats </para>
      <para>van belang of tussen appellante en de pati‰nten die deelnemen in het project </para>
      <para>overeenkomsten  tot stand zijn gekomen - die dan geduid zouden moeten  worden als </para>
      <para>overeenkomsten van verzekering - dan wel of appellante alleen als intermediair optreedt in </para>
      <para>de relatie tussen tandarts en pati‰nt en daarbij de rol speelt van incassobureau.</para>
      <para>Naar het oordeel van het College is het laatste het geval.</para>
      <para>Hiertoe wordt het volgende overwogen.  </para>
      <para>De door appellante overgelegde en ten dele in rubriek 2 weergegeven stukken geven een </para>
      <para>beeld van de door haar beoogde constructie. Deze constructie is van dien aard dat de </para>
      <para>bemoeienis van appellante beperkt blijft tot het verlenen van administratieve ondersteuning </para>
      <para>terzake van een tussen de deelnemende tandarts en de pati‰nt tot stand te brengen </para>
      <para>overeenkomst met betrekking tot de behandeling van het gebit van laatstgenoemde aan de </para>
      <para>hand van een bepaalde pakketkeuze. Appellante is blijkens de voorwaarden en bepalingen </para>
      <para>die zijn opgenomen in het "Densure Holland Contract en Registratieformulier", dat wordt </para>
      <para>ingevuld door tandarts en pati‰nt gezamenlijk, niet aansprakelijk voor de wijze waarop en </para>
      <para>de mate waarin  de bij de pakketkeuze overeengekomen verrichtingen worden uitgevoerd; </para>
      <para>zij functioneert slechts als intermediair terzake van het uit die pakketkeuze voortvloeiende </para>
      <para>betalingsverkeer tussen tandarts en pati‰nt. Aan de in rubriek 2 geciteerde voorwaarde 11 </para>
      <para>van het "Densure Holland Contract en Registratieformulier" verbindt het College niet de </para>
      <para>conclusie die verweerster daaraan gehecht wil zien: de omstandigheid dat appellante kan </para>
      <para>weigeren zonder opgaaf van redenen de overeenkomst tussen tandarts en pati‰nt te </para>
      <para>registreren - en aldus te weigeren haar diensten ten behoeve van de uitvoering van die </para>
      <para>overeenkomst te verlenen - brengt niet met zich dat zij deswege partij is bij die </para>
      <para>overeenkomst.</para>
      <para>Evenmin deelt het College de opvatting van verweerster dat op de in geding zijnde situatie </para>
      <para>de uitspraak van 26 april 2000 inzake Verzekerd Keur van toepassing is. Anders dan in dat </para>
      <para>geval ontstaat er hier immers geen aanspraak jegens appellante op een vergoeding of </para>
      <para>prestatie: de prestatie moet door de tandarts worden geleverd.</para>
      <para>Het College is op grond van het hogeroverwogene van oordeel dat er geen overeenkomst </para>
      <para>tot stand komt tussen appellante en de pati‰nt maar alleen tussen de tandarts en de pati‰nt. </para>
      <para>Derhalve behoeft de vraag of de overeenkomst gezien haar inhoud als overeenkomst van </para>
      <para>verzekering moet worden aangemerkt en - indien zulks het geval zou zijn - of daarmede het </para>
      <para>schadeverzekeringsbedrijf wordt uitgeoefend, geen beantwoording meer. Evenzeer kan </para>
      <para>worden voorbijgegaan aan de grief van appellante dat het bestreden besluit, in verband met </para>
      <para>de beslissing die verweerster eerder genomen heeft inzake het Tandplan-project, strijd </para>
      <para>oplevert met het gelijkheidsbeginsel.</para>
      <para>Het bestreden besluit moet worden vernietigd. Het beroep is gegrond.</para>
      <para>Het College acht termen aanwezig om verweerster met toepassing van  artikel 8:75 van de </para>
      <para>Algemene wet bestuursrecht te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de </para>
      <para>procedure heeft moeten maken, welke kosten overeenkomstig het Besluit proceskosten </para>
      <para>bestuursrecht worden vastgesteld op Ÿ 1420,- voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand </para>
      <para>bij het indienen van het beroepschrift en het verschijnen ter zitting.</para>
      <para>Beslist wordt als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	De beslissing</para>
      <para>Het College :</para>
      <para>-	verklaart het beroep gegrond;</para>
      <para>-	vernietigt het besluit van verweerster van 8 januari 1999;</para>
      <para>-	bepaalt dat verweerster opnieuw op het bezwaar beslist met inachtneming van het in deze uitspraak overwogene.</para>
      <para>-	veroordeelt verweerster in de kosten van de procedure, gevallen aan de zijde van appellante, welke worden vastgesteld op Ÿ 1420,- (zegge: veertienhonderdtwintig </para>
      <para>gulden), te betalen door de Stichting Pensioen &amp; Verzekeringskamer; </para>
      <para>-	bepaalt dat aan appellante het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van Ÿ 420,- </para>
      <para>(zegge: vierhonderd en twintig gulden) wordt vergoed door de Stichting Verzekeringskamer;</para>
      <para>-	wijst af het meer of anders gevorderde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr C.M. Wolters, mr M.A. Fierstra en mr J. Borgesius in tegenwoordigheid van mr A.J. Medze, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 13 februari 2001.</para>
    <para />
    <para />
    <para>w.g. C.M. Wolters						w.g. A.J. Medze</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>