<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2001:AA9864</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-10T19:10:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">AA9864</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2001-01-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB 00/158</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AA9864">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2001:AA9864</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2013-04-04T16:20:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2001-07-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2001:AA9864 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 29-01-2001 / AWB 00/158</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2001:AA9864:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2001:AA9864:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
    <parablock>
      <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
      <para>(derde enkelvoudige kamer)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>No. AWB 00/158						29 januari 2001</para>
      <para>	29020</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Recreatiepark De Waarbeek B.V., te Hengelo, appellante,</para>
      <para>gemachtigde: mr H.J.P. Robers, advocaat te Hengelo,</para>
      <para>tegen</para>
      <para>de raad van de gemeente Hengelo, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De procedure</para>
      <para>Op 14 februari 2000 heeft het College van appellante een beroepschrift ontvangen, </para>
      <para>doorgezonden door de arrondissementsrechtbank te Almelo nadat het aldaar was ontvangen </para>
      <para>op 23 april 1999. Appellante stelt beroep in tegen een besluit van verweerder van 2 maart </para>
      <para>1999, verzonden op 11 maart 1999.</para>
      <para>Bij evenbedoeld besluit heeft verweerder beslist op het bezwaar van appellante tegen het </para>
      <para>besluit van verweerder van 7 juli 1998 tot wijziging van de Verordening Speelautomaten </para>
      <para>Hengelo (hierna: de Verordening).</para>
      <para>2.	De grondslag van het geschil</para>
      <para>-	Tot de wijziging van 7 juli 1998 was in de Verordening een regeling opgenomen met </para>
      <para>betrekking tot met naam en adres aangeduide speelautomatenhallen.</para>
      <para>-	De wijziging van 7 juli 1998 houdt onder meer het volgende in:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>					"Artikel 2		</para>
      <para>Onder hernummering van paragrafen 3 en 4 en de artikelen 14 t/m 19, vervalt </para>
      <para>paragraaf 2 'Speelautomatenhallen' (art. 2 t/m 13).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>				 Artikel 3</para>
      <para>In artikel 3 (art. 15 oud) wordt '14' vervangen door '2'.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>				 Artikel 4</para>
      <para>Artikel 4 (art. 16 oud) komt als volgt te luiden:</para>
      <para>De burgemeester beslist binnen drie maanden na de datum waarop hij de </para>
      <para>aanvraag met bijbehorende bescheiden heeft ontvangen. De beslissing kan </para>
      <para>eenmaal voor ten hoogste drie maanden worden verdaagd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>				 Artikel 5</para>
      <para>In artikel 5 (art. 17 oud) vervallen de woorden 'en artikel 14'</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>				 Artikel 6</para>
      <para>Toegevoegd wordt een nieuw artikel 8 'Overgangsbepaling':</para>
      <para>1. De vergunning die voor de inwerkingtreding van deze verordening is </para>
      <para>verleend voor het exploiteren van een speelautomatenhal, blijft van kracht </para>
      <para>tot de termijn waarvoor zij werd verleend is verstreken of totdat zij wordt </para>
      <para>ingetrokken.</para>
      <para>2. De vergunning als bedoeld in het eerste lid kan jaarlijks worden verlengd </para>
      <para>door de burgemeester.</para>
      <para>3. Op de vergunning als bedoeld in het eerste en tweede lid blijven artikel 2 lid </para>
      <para>1, artikel 3 t/m 9 en 11 t/m 13 van de verordening Speelautomaten Hengelo </para>
      <para>zoals vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 22 september 1997 onverkort van </para>
      <para>toepassing."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>-	De toelichting op artikel 2 van de Verordening luidt als volgt:</para>
    <para />
    <para>					"Artikel 2</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het College van Beroep voor het Bedrijfsleven is van oordeel dat de </para>
      <para>gemeenteraad zijn bevoegdheid te buiten gaat indien in een speel-</para>
      <para>automatenhallenverordening ex. artikel 3Oc eerste lid onder c van de Wet op </para>
      <para>de Kanspelen een regeling is opgenomen die slechts geldt voor de met naam en </para>
      <para>adres aangeduide speelautomatenhallen. Een dergelijke verordening is in strijd </para>
      <para>met de wet en derhalve niet rechtsgeldig.</para>
      <para>In het belang van de openbare orde, het woon- en leefklimaat en ter </para>
      <para>bescherming van jongeren tegen gokverslaving bestaat er geen behoefte aan </para>
      <para>speelautomatenhallen in de gemeente Hengelo. Door niet opnieuw een </para>
      <para>'hallen'regeling op te nemen in de verordening, ontbreekt de grondslag voor </para>
      <para>welke speelautomatenhal dan ook binnen de gemeente."</para>
      <para>-	Appellante exploiteert in de gemeente Hengelo met hiertoe strekkende, jaarlijks aan </para>
      <para>appellantes directeur/eigenaar J.G. Smit uitgereikte vergunning een speelautomaten-</para>
      <para>hal.</para>
      <para>- 	Bij schrijven van 20 augustus 1998, door verweerder ontvangen op 21 augustus </para>
      <para>1998, heeft appellante bezwaar gemaakt tegen het besluit van 7 juli 1998</para>
      <para>- 	Naar aanleiding van het bezwaar van appellante heeft de Commissie voor de </para>
      <para>bezwaarschriften op  23 december 1998 een hoorzitting gehouden.</para>
      <para>- 	De Commissie voor de bezwaarschriften heeft verweerder geadviseerd het bezwaar </para>
      <para>niet-ontvankelijk te verklaren.</para>
      <para>- 	Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.	Het bestreden besluit</para>
      <para>Het bezwaar van appellante is bij besluit van verweerder van 2 maart 1999 niet-</para>
      <para>ontvankelijk verklaard. Verweerder heeft zich kunnen verenigen met de motieven en het </para>
      <para>advies van de Commissie voor de bezwaarschriften. Het advies ligt ten grondslag aan de </para>
      <para>niet-ontvankelijk verklaring. Het advies houdt onder meer het volgende in:</para>
      <para>"	De regeling in de gewijzigde Speelautomatenverordening is naar mening van </para>
      <para>de commissie gericht op herhaalbare gevallen (verbod van speelautomaten-</para>
      <para>hallen met daaraan gekoppeld een overgangsregeling om het de burgemeester </para>
      <para>mogelijk te maken rekening te houden met de gevestigde belangen van Smit/de </para>
      <para>Waarbeek) en is op zich niet gericht tot ge‹ndividualiseerde gevallen, hoewel </para>
      <para>(de 2 campings, die geheel zijn vervallen, en) de Waarbeek als zodanig wel </para>
      <para>kenbaar waren vanuit het verleden. In de Speelautomatenverordening, zoals die </para>
      <para>gewijzigd is vastgesteld door de gemeenteraad, is een rechtsregel geformuleerd </para>
      <para>voor een toekomstige situatie/gebeurtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarbij is van belang dat in artikel 1:3 lid 2 onder beschikking wordt verstaan: </para>
      <para>'een besluit dat niet van algemene strekking, met inbegrip van de afwijzing van </para>
      <para>een aanvraag daarvan'. In de gegeven omstandigheden is geen sprake van een </para>
      <para>aanvraag om een vergunning, van een afwijzing daarvan of van een intrekking </para>
      <para>van een verleende vergunning. Er is geen sprake van een verzoek van </para>
      <para>belanghebbende om een besluit te nemen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Volledigheidshalve wordt nog vermeld dat als gevolg van het wetsvoorstel TK </para>
      <para>1997-1998, 26077, de geldingsduur van artikel 8:2 (in eerste aanleg bepaald op </para>
      <para>een termijn van 5 jaar, tot 1 januari 1999) vooralsnog voor onbepaalde tijd is </para>
      <para>verlengd. Met een rechtstreekse actie tegen algemeen verbindende </para>
      <para>voorschriften moet men dus voorlopig bij de burgerlijke rechter zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De commissie is gelet op het vorenstaande van mening dat geen sprake is van </para>
      <para>een besluit, waartegen ingevolge de Algemene wet bestuursrecht een </para>
      <para>bezwaarschrift kan worden ingediend. De heer Smit kan derhalve op grond van </para>
      <para>het bepaalde in artikel 8:2 en artikel 1:3 van de Awb niet worden ontvangen in </para>
      <para>de namens hem ingediende bezwaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>ADVIES: reclamant niet te ontvangen in de namens hem ingediende </para>
      <para>bezwaren."</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.	Het standpunt van appellante</para>
      <para>Appellante heeft ter ondersteuning van haar beroep - voorzover van belang - het volgende </para>
      <para>aangevoerd:</para>
      <para>"	Voorts heeft de commissie de vraag aan de orde gesteld of er sprake is van een </para>
      <para>besluit in de zin van artikel 1:3 AWB. Deze vraag is ontkennend beantwoord, </para>
      <para>zulks echter ten onrechte!</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten onrechte stelt de commissie dat er sprake is van een regeling, gericht op </para>
      <para>herhaalbare gevallen. Deze conclusie moge juist zijn voorzover geen nieuwe </para>
      <para>speelautomatenhallen meer worden toegestaan, maar is evident onjuist </para>
      <para>voorzover het betreft de in de verordening vervatte beslissing om een </para>
      <para>uitsterfregeling op te nemen voor Den Waarbeek. Dit onderdeel van het besluit </para>
      <para>betreft concreet De Waarbeek en is niet "gericht op herhaalbare gevallen".</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het moge ook juist zijn dat de Burgemeester bevoegd is jaarlijks beslissingen </para>
      <para>te nemen op aanvragen om een speelautomatenvergunning. Miskend wordt </para>
      <para>echter dat de Burgemeester daarbij gebonden zal zijn aan de verordening. Met </para>
      <para>andere woorden, het rechtsgevolg dat rechtstreeks en onmiddellijk uit het </para>
      <para>bestreden besluit van de raad voortvloeit, is dat van vergunning aanvraag vanaf </para>
      <para>heden zinloos zal zijn indien deze niet door De Waarbeek/de heer Smit wordt </para>
      <para>ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten onrechte is De Waarbeek derhalve niet ontvangen in de bezwaren. </para>
      <para>Inhoudelijk handhaaft De Waarbeek volledig de eerder ingenomen </para>
      <para>standpunten."</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>5.	De beoordeling van het geschil</para>
      <para>Het geschil spitst zich toe op de vraag of verweerder appellante bij het bestreden besluit </para>
      <para>terecht in haar bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. </para>
      <para>Het bestreden besluit strekt tot wijziging van de Verordening, welke algemeen verbindende </para>
      <para>voorschriften inhoudt. Deze wijziging houdt op haar beurt algemeen verbindende </para>
      <para>voorschriften in nu hierin algemene, voor herhaalde toepassing vatbare regels worden </para>
      <para>geformuleerd, tot welke regelgeving is besloten door het hiertoe bevoegde orgaan, de raad. </para>
      <para>Anders dan appellante kennelijk wil verandert het karakter van zodanige regels niet </para>
      <para>wanneer, zoals appellante stelt, slechts ‚‚n geval onder het bereik van deze regels valt.</para>
      <para>Op grond van het bepaalde in artikel 8:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) </para>
      <para>kan geen beroep worden ingesteld tegen een algemeen verbindend voorschrift.</para>
      <para>Verweerder heeft bij het bestreden besluit  het  bezwaar van appellante derhalve terecht </para>
      <para>niet-ontvankelijk verklaard.</para>
      <para>Het College acht het beroep kennelijk ongegrond, zodat voortzetting van het onderzoek </para>
      <para>niet nodig is.</para>
      <para>Het College ziet geen termen voor een proceskostenveroordeling met toepassing van </para>
      <para>artikel 8:75 van de Awb.</para>
      <para>Met toepassing van artikel 19 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie, juncto </para>
      <para>artikel 8:54 van de Awb leidt vorenstaande tot de volgende uitspraak.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>6.	De beslissing</para>
      <para>7.	</para>
      <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Aldus gewezen door mr D. Roemers, in tegenwoordigheid van R. van Cuilenborg, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2001.</para>
    <para />
    <para>w.g. D. Roemers					w.g. R. van Cuilenborg</para>
  </uitspraak>
</open-rechtspraak>