<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:CBB:2000:ZG1930</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-11-12T12:27:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2013-04-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ZG1930</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/College_van_Beroep_voor_het_bedrijfsleven" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">College van Beroep voor het bedrijfsleven</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2000-04-26</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">98/1176;22300</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#schadevergoedingsuitspraak">Schadevergoedingsuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">'s-Gravenhage</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2000:ZG1930">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:CBB:2000:ZG1930</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2015-05-29T10:06:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2015-05-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:CBB:2000:ZG1930 College van Beroep voor het bedrijfsleven , 26-04-2000 / 98/1176;22300</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:CBB:2000:ZG1930:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:CBB:2000:ZG1930:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>AM</para>
    <para>College van Beroep voor het bedrijfsleven</para>
    <para>No. AWB 98/1176 26 april 2000</para>
    <para>22300</para>
    <para>Uitspraak in de zaak van:</para>
    <para>
      [naam 1] B.V., rechtsopvolgster van Verzekerd Keur B.V., te [plaats],</para>
    <para>appellante,</para>
    <para>gemachtigde: mr P.P. Engelman, advocaat te Rotterdam</para>
    <para>tegen</para>
    <para>de Verzekeringskamer, te Apeldoorn, verweerster,</para>
    <para>gemachtigde: mr G.R. Boshuizen en mr J.H.J. Meijer, werkzaam bij verweerster</para>
    <para>1.      De procedure</para>
    <para>Op 13 november 1998 heeft het College van de rechtsvoorgangster van appellante (hierna:</para>
    <para>Verzekerd Keur) een beroepschrift ontvangen, waarbij beroep wordt ingesteld tegen een</para>
    <para>besluit van verweerster van 1 oktober 1998.</para>
    <para>Bij dat besluit is ongegrond verklaard het bezwaar dat Verzekerd Keur heeft gemaakt tegen</para>
    <para>de beschikking als bedoeld in artikel 18 van de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993</para>
    <para>(hierna: Wtv) volgens welke de activiteiten van Verzekerd Keur uitoefening van het</para>
    <para>schadeverzekeringsbedrijf opleveren.</para>
    <para>Op 9 december 1998 zijn de gronden van het beroep aangevoerd.</para>
    <para>Bij schrijven van 29 januari 1999 heeft verweerster een verweerschrift ingediend.</para>
    <para>Bij brieven van 17 augustus 1999 en 17 september 1999 heeft verweerster verzocht de zaak</para>
    <para>met toepassing van artikel 8:52 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) versneld</para>
    <para>te behandelen.</para>
    <para>Bij beschikking van 15 november 1999 heeft het College dit verzoek ingewilligd.</para>
    <para>Op 30 maart 2000 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgevonden, alwaar partijen, bij</para>
    <para>monde van hun gemachtigden hun standpunten nader hebben doen toegelicht. Aan de zijde</para>
    <para>van appellante is tevens verschenen: [naam 2], directeur van appellante.</para>
    <para>2.      De grondslag van het geschil</para>
    <para>2.1     Artikel 18, eerste lid, Wtv luidt:</para>
    <para>"Artikel 18</para>
    <para>1. De Verzekeringskamer beslist voor de toepassing van deze wet of een</para>
    <para>handeling of een samenstel van handelingen al dan niet uitoefening van het</para>
    <para>schadeverzekeringsbedrijf, het levensverzekeringsbedrijf of een andersoortig</para>
    <para>bedrijf vormt en of een handeling of een samenstel van handelingen al dan niet</para>
    <para>uitoefening van het verzekeringsbedrijf vanuit een vestiging in Nederland</para>
    <para>vormt. Zij beslist tevens tot welke branche of branches een overeenkomst van</para>
    <para>verzekering behoort."</para>
    <para>Op grond van de stukken en het onderzoek ter zitting zijn in deze zaak de volgende feiten</para>
    <para>en omstandigheden voor het College komen vast te staan.</para>
    <para>-       Bij schrijven van 28 januari 1998 heeft verweerster Verzekerd Keur in kennis gesteld</para>
    <para>van haar voorlopige indruk dat zij door het afgeven van verzekeringscertificaten dan</para>
    <para>wel kwaliteitsverklaringen het schadeverzekeringsbedrijf in de zin van de Wtv</para>
    <para>uitoefent, zonder te beschikken over de daartoe vereiste vergunning. Verweerster</para>
    <para>heeft Verzekerd Keur in verband daarmede verzocht om het overleggen van alle</para>
    <para>relevante gegevens.</para>
    <para>-       Op 23 februari 1998 heeft Verzekerd Keur verweerster de gevraagde informatie</para>
    <para>toegezonden.</para>
    <para>-       Bij schrijven van 23 maart 1998 heeft verweerster Verzekerd Keur onder meer doen</para>
    <para>weten:</para>
    <para>"       Uit zowel de door u toegezonden documentatie als uit reeds in ons bezit zijnde</para>
    <para>gegevens maken wij op dat bedrijven die een product of een dienst aanbieden</para>
    <para>(hierna: deelnemer) met Verzekerd Keur B.V. een zogenoemde Verzekerd</para>
    <para>Keur Overeenkomst kunnen sluiten. De door de deelnemer te leveren prestaties</para>
    <para>worden vermeld op een certificaat met de naam Verzekerd Keur Generiek. Dit</para>
    <para>certificaat, zijnde een verzekerde kwaliteitsverklaring, maakt deel uit van de</para>
    <para>Verzekerd Keur Overeenkomst. Als gevolg van deze overeenkomst neemt</para>
    <para>Verzekerd Keur B.V. de aansprakelijkheden van de deelnemer, ten opzichte</para>
    <para>van zijn consumenten of afnemers van de diensten of producten, over. Een</para>
    <para>opdrachtgever of cli‰nt die een dienst of opdracht van de deelnemer afneemt</para>
    <para>(hierna: de rechtverkrijgende afnemer) verkrijgt het Verzekerd Keur Generiek-</para>
    <para>certificaat. Op dit document staat aangegeven dat Verzekerd Keur B.V. zich</para>
    <para>verbindt tot het vergoeden van de schade, indien de op het Verzekerd Keur</para>
    <para>Generiek aangegeven prestaties van de deelnemer niet worden bereikt c.q.</para>
    <para>nageleefd.</para>
    <para>Op grond van het bovenstaande is de Verzekeringskamer vooralsnog van</para>
    <para>mening dat door uw maatschappij het schadeverzekeringsbedrijf wordt</para>
    <para>uitgeoefend in branche 15 Borgtocht, als bedoeld in artikel 15 van de Wet</para>
    <para>toezicht verzekeringsbedrijf 1993.</para>
    <para>(.)</para>
    <para>Tegen betaling van de deelnamevergoeding (premie) wordt, op grond van de</para>
    <para>Verzekerd Keur Overeenkomst en het Verzekerd Keur Generiek-certificaat, de</para>
    <para>aansprakelijkheid van de deelnemer voortvloeiende uit het niet c.q. het niet</para>
    <para>overeenkomstig de toegezegde prestaties, zoals in het Verzekerd Keur</para>
    <para>Generiek neergelegd,  presteren overgeheveld naar Verzekerd Keur B.V.</para>
    <para>(risico-overdracht). Verzekerd Keur B.V. verplicht zich, eveneens op grond van</para>
    <para>het Verzekerd Keur Generiek, tot vergoeding van de bij de rechtverkrijgende</para>
    <para>afnemer ontstane schade (schadeloosstelling). Op het moment van het aangaan</para>
    <para>van de Verzekerd Keur Overeenkomst is het niet te voorzien of ook</para>
    <para>daadwerkelijk een rechtverkrijgende afnemer aanspraak op het Verzekerd Keur</para>
    <para>Generiek zal maken (onzeker voorval)."</para>
    <para>- Bij brief van 4 mei 1998 heeft Verzekerd Keur dit voorlopige standpunt van</para>
    <para>verweerster bestreden.</para>
    <para>- Op 17 juni 1998 heeft verweerster op grond van artikel 18, eerste lid, Wtv een</para>
    <para>beschikking genomen, er toe strekkende dat Verzekerd Keur het</para>
    <para>schadeverzekeringsbedrijf uitoefent vanuit Nederland in branche 15. Borgtocht.</para>
    <para>- Op 14 juli 1998 heeft Verzekerd Keur tegen dit besluit een bezwaarschrift ingediend.</para>
    <para>- Op 26 augustus 1998 is een hoorzitting gehouden, alwaar het standpunt van</para>
    <para>Verzekerd Keur is bepleit.</para>
    <para>- Vervolgens heeft verweerster het bestreden besluit genomen.</para>
    <para>3.      Het standpunt van verweerster</para>
    <para>In het bestreden besluit en het verweerschrift heeft verweerster- samengevat - onder meer</para>
    <para>het volgende overwogen.</para>
    <para>Het primaire besluit dient te worden herroepen in zoverre het strekt tot indeling van het</para>
    <para>door Verzekerd Keur uitgeoefende verzekeringsbedrijf in branche 15. Borgtocht. Mede op</para>
    <para>grond van hetgeen ter hoorzitting is aangevoerd, is verweerster thans van oordeel dat</para>
    <para>sprake is van uitoefening van het schadeverzekeringsbedrijf in branche 13. Algemene</para>
    <para>aansprakelijkheid en/of branche 16. Diverse geldelijke verliezen, beide als bedoeld in</para>
    <para>artikel 15 Wtv.</para>
    <para>De branche-aanduiding is niet bepalend voor de vaststelling of al dan niet sprake is van</para>
    <para>uitoefening van het verzekeringsbedrijf. Ze is subsidiair en dient slechts ter bepaling van de</para>
    <para>(financi‰le) eisen die aan een zodanig bedrijf moeten worden gesteld, onder meer op het</para>
    <para>punt van solvabiliteit en minimumgaranties.</para>
    <para>Bij de beantwoording van de vraag wanneer sprake is van overeenkomsten van</para>
    <para>schadeverzekering wordt aansluiting gezocht bij het bepaalde in artikel 246 van het</para>
    <para>Wetboek van Koophandel (hierna: WvK). Dit artikel eist daartoe een overeenkomst</para>
    <para>strekkende tot risico-overdracht ter zake van onzekere voorvallen tegen het genot van een</para>
    <para>premie en tot uitkeringen die het karakter hebben van een schadeloosstelling.</para>
    <para>Niet vereist is dat het totaal van de bedrijfsactiviteiten als uitoefening van het</para>
    <para>schadeverzekeringsbedrijf is aan te merken. Ook een deel van de bedrijfsactiviteiten kan</para>
    <para>als uitoefening van het verzekeringsbedrijf worden aangemerkt.</para>
    <para>De kernactiviteit van Verzekerd Keur is het garanderen van de eigenschappen van</para>
    <para>producten die anderen leveren, onder de voorwaarde van keuring vooraf, de</para>
    <para>kwaliteitscontrole, die valt te kwalificeren als risico-selectie. Deze kwaliteitskeuring heeft</para>
    <para>uitsluitend tot functie het risico dat Verzekerd Keur loopt bij het verschaffen van zekerheid</para>
    <para>zo goed mogelijk te beoordelen. Het product dat zij biedt en waarvoor de deelnemers</para>
    <para>betalen is niet 'onderzoek', maar 'zekerheid' ten behoeve van de deelnemer en indirect ten</para>
    <para>behoeve van de afnemer.</para>
    <para>Op grond van de inhoud en opmaak van het Verzekerd Keur Generiek kan de</para>
    <para>rechtverkrijgende afnemer Verzekerd Keur aanspreken indien het door de deelnemer</para>
    <para>afgeleverde product niet voldoet aan de door Verzekerd Keur gegarandeerde technische</para>
    <para>specificaties, hoewel die afnemer slechts een overeenkomst met de deelnemer heeft.</para>
    <para>Verzekerd Keur is degene die de eventuele schade vergoedt, hoewel er tussen haar en de</para>
    <para>afnemer geen directe contractuele relatie bestaat. Derhalve is in zoverre sprake van</para>
    <para>overdracht aan Verzekerd Keur van het risico van de deelnemer dat de afnemer hem op</para>
    <para>grond van de tussen hen gesloten overeenkomst aansprakelijk stelt.</para>
    <para>Dat de deelnemer daarnaast eigen verantwoordelijkheden heeft op grond van de</para>
    <para>overeenkomst met de afnemer is niet relevant.</para>
    <para>Als tegenprestatie betaalt de deelnemer een vergoeding die als premie valt aan te merken.</para>
    <para>Op grond van de wijze waarop de door de deelnemer te betalen vergoeding wordt berekend</para>
    <para>-een percentage van de (geprognosticeerde) jaaromzet - en de periode waarover de</para>
    <para>vergoeding moet worden betaald - de tien jaren gedurende welke de technische</para>
    <para>specificaties door Verzekerd Keur worden gegarandeerd - is evident dat de vergoeding</para>
    <para>meer dan voldoende is om de kosten van het onderzoek te dekken en dat zij een</para>
    <para>substantieel premie-element in zich bergt.</para>
    <para>Onjuist is dat verzekering voor een eigen gebrek niet mogelijk is. Op grond van artikel 249</para>
    <para>WvK is dekking van schade als gevolg van een eigen gebrek in beginsel uitgesloten.</para>
    <para>Afwijking van die uitsluiting bij overeenkomst is evenwel mogelijk. Gewezen kan worden</para>
    <para>op de uitspraak van de Hoge Raad van 12 januari 1922, NJ 1922, p. 340. De door de wet</para>
    <para>ge‰iste onzekere gebeurtenis wordt blijkens de uitspraak van de Hoge Raad van 4 januari</para>
    <para>1980, NJ 1984, 305 gevormd door het aan het licht komen van het feit dat het product niet</para>
    <para>voldoet aan de gegarandeerde eigenschappen. Van het uitoefenen van een uitzonderlijke</para>
    <para>vorm van het verzekeringsbedrijf is geen sprake. Ter illustratie kan gewezen worden op het</para>
    <para>optreden van Stiwoga en VVG Verzekerd Vastgoed Verzekeringen die evenzeer</para>
    <para>garantiesystemen in de bouwwereld bieden en daartoe beschikken over een vergunning</para>
    <para>ingevolge de Wtv.</para>
    <para>4.      Het standpunt van appellanteAppellante heeft ter ondersteuning van het beroep - samengevat - onder meer het volgende</para>
    <para>tegen het bestreden besluit aangevoerd.</para>
    <para>Ten onrechte doet verweerster het voorkomen alsof de keuze van de branche-indeling een</para>
    <para>betrekkelijk onbelangrijk detail is. De indeling bij primaire beschikking in branche 15.</para>
    <para>getuigde van een weinig doortimmerde beoordeling. Een concrete motivering van de keuze</para>
    <para>in het bestreden besluit voor branche 13 en/of 16 wordt daarin niet gegeven. Ten onrechte</para>
    <para>wordt de keuze tussen beide branches in feite open gelaten, hoewel artikel 18, eerste lid,</para>
    <para>Wtv een duidelijke beslissing eist. Een en ander is inhoudelijk niet onbelangrijk, aangezien</para>
    <para>verweerster kennelijk moeite heeft de overeenkomsten te kwalificeren, wat begrijpelijk is,</para>
    <para>nu niet sprake van verzekeringsovereenkomsten.</para>
    <para>Het niet voldoen aan gegarandeerde eigenschappen is niet een onzekere gebeurtenis zoals</para>
    <para>art. 246 WvK die eist. De schade vloeit voort uit bestaande gebreken. Het niet voldoen aan</para>
    <para>de gegarandeerde eigenschappen is een toestand, geen onzeker voorval. Daarom is geen</para>
    <para>sprake van een verzekering. Verweerster gaat uit van een opvatting van het begrip</para>
    <para>schadeverzekering dat veel te ruim is en niet overeenstemt met het wettelijke begrip, noch</para>
    <para>met hetgeen in het maatschappelijk verkeer als verzekering geldt.</para>
    <para>Er bestaat een zeer groot verschil tussen de in de verzekeringswereld gebruikelijke risico-</para>
    <para>selectie en de keuringsactiviteiten van Verzekerd Keur.</para>
    <para>Een verzekeraar biedt geen kwaliteitsonderzoek aan, doch verricht uit eigen belang een</para>
    <para>selectie die meestal neerkomt op de beoordeling van de gegevens vermeld op een</para>
    <para>aanvraagformulier. Zijn kernactiviteit is het bieden van zekerheid.</para>
    <para>Verzekerd Keur verricht zelf een zeer uitgebreid en kostbaar kwaliteitsonderzoek naar</para>
    <para>product, productie en applicatiemethode. Dit onderzoek en de nadien te verrichten</para>
    <para>controles vormen een essentieel onderdeel van de taken en verplichtingen van Verzekerd</para>
    <para>Keur. De deelnamevergoeding is grotendeels bestemd om dit onderzoek te bekostigen en</para>
    <para>niet om schadeuitkeringen te dekken. Het Verzekerd Keur Generiek is primair een</para>
    <para>keurmerk waaronder de deelnemers hun producten verkopen, ter bevestiging van de</para>
    <para>vastgestelde kwaliteit. Dat Verzekerd Keur geen leverancier is, moge juist zijn, maar</para>
    <para>datzelfde geldt voor vele andere keurings- en garantie-instituten.</para>
    <para>Wat betreft de mogelijkheid tot verzekering van eigen gebrek, maakt verweerster van de</para>
    <para>uitzondering de hoofdregel. Een schadeverzekering die een eigen gebrek dekt is abnormaal</para>
    <para>en dat geldt nog in versterkte mate voor een schadeverzekeraar die grotendeels of</para>
    <para>uitsluitend zulke risico's dekt. Dat de door Verzekerd Keur verstrekte garantie zo ver</para>
    <para>afwijkt van hetgeen bij schadeverzekering normaal en gebruikelijk is, illustreert dat hier</para>
    <para>niet van zodanige verzekering gesproken kan worden.</para>
    <para>Er vindt geen juridische overdracht van aansprakelijkheden plaats door de deelnemer aan</para>
    <para>Verzekerd Keur. De deelnemer krijgt geen kwijting en kan op de kwaliteit van zijn</para>
    <para>prestaties worden aangesproken. Verzekerd Keur neemt een eigen verplichting jegens de</para>
    <para>afnemer op zich: ze staat in voor de juistheid van haar keuringsactiviteiten en de door haar</para>
    <para>vastgestelde eigenschappen. Weliswaar is er een zeker overlapping van</para>
    <para>aansprakelijkheden, maar niet van overdracht. Onbegrijpelijk is de stelling van verweerster</para>
    <para>dat Verzekerd Keur het risico van de deelnemer zou dekken.</para>
    <para>5.      De beoordeling van het geschil</para>
    <para>In artikel 18, eerste lid, Wtv is aan verweerster op de eerste plaats de taak opgelegd te</para>
    <para>beoordelen of (een samenstel van) handelingen al dan niet het uitoefenen van het</para>
    <para>verzekeringsbedrijf in de zin van die wet oplevert. Is naar het oordeel van verweerster</para>
    <para>sprake van het uitoefenen van het schadeverzekeringsbedrijf, dan dient zij voorts te</para>
    <para>beslissen tot welke branche of branches, genoemd in artikel 15 Wtv, de betrokken</para>
    <para>overeenkomst behoort. De eerste beoordeling dient plaats te vinden alvorens tot de tweede</para>
    <para>kan worden overgegaan en wordt derhalve door de uitkomst van de tweede beoordeling</para>
    <para>niet be‹nvloed.</para>
    <para>Met verweerster is het College derhalve van oordeel dat problemen rond de indeling in de</para>
    <para>wettelijke branches de voorvraag of sprake is van uitoefening van het</para>
    <para>schadeverzekeringsbedrijf niet regarderen.</para>
    <para>Ten aanzien van de in het geval van Verzekerd Keur gekozen indeling heeft appellante</para>
    <para>weliswaar de onjuistheid van de in het primaire besluit gemaakte keuze beklemtoond, doch</para>
    <para>nu die keuze in bezwaar is gecorrigeerd, vermogen haar stellingen op dat punt niet af te</para>
    <para>doen aan de rechtmatigheid van het in beroep bestreden besluit.</para>
    <para>Tegen de keuze in dat besluit voor de branches 13 en/of 16 heeft appellante geen</para>
    <para>inhoudelijke grieven aangevoerd.</para>
    <para>Wel kan appellante worden gevolgd in haar bezwaar dat met de aanduiding 'en/of' niet de</para>
    <para>in artikel 18, eerste lid, laatste volzin, Wtv vereiste beslissing is genomen. Ter zitting is</para>
    <para>door verweerster evenwel bevestigd dat deze aanduiding begrepen moet worden als 'en'.</para>
    <para>Daarvan uitgaande ziet het College geen grond voor het oordeel dat de in het bestreden</para>
    <para>besluit gekozen indeling in beide -in zeer algemene bewoordingen geduide- branches de</para>
    <para>toetsing in rechte niet kan doorstaan.</para>
    <para>De overige grieven van appellante stellen aan de orde de vraag of het oordeel van</para>
    <para>verweerster dat de keur- en garantie-activiteiten van Verzekerd Keur neerkomen op de</para>
    <para>uitoefening van het schadeverzekeringsbedrijf , als rechtens onhoudbaar moet worden</para>
    <para>aangemerkt.</para>
    <para>Met verweerster is het College van oordeel dat voor een ontkennend antwoord op die vraag</para>
    <para>niet vereist is dat de bedrijfsactiviteiten in hun geheel en uitsluitend zijn te duiden als het</para>
    <para>afsluiten van overeenkomsten van schadeverzekering. Van een schadeverzekeringsbedrijf</para>
    <para>in de zin van de Wtv kan ook sprake zijn, indien slechts een deel van de bedrijfsactiviteiten</para>
    <para>als zodanig is aan te merken.</para>
    <para>Hoewel het College appellante kan volgen in haar stelling dat de keurings- en controle-</para>
    <para>activiteiten van Verzekerd Keur niet op ‚‚n lijn zijn te stellen met het onderzoek dat</para>
    <para>verzekeraars plegen in te stellen, uitsluitend ten behoeve van risico-selectie bij het afsluiten</para>
    <para>van verzekeringsovereenkomsten, en dat die activiteiten inderdaad ook een op zichzelf</para>
    <para>staande betekenis hebben als kwaliteitsbevestiging ten behoeve van de deelnemer, treffen</para>
    <para>haar op dit onderdeel aangevoerde grieven derhalve niet het beoogde doel. Aanvaarding</para>
    <para>van de stelling dat de bedrijfsactiviteiten van Verzekerd Keur niet uitsluitend, mogelijk niet</para>
    <para>primair, gericht zijn op het sluiten van overeenkomsten van schadeverzekering, leidt</para>
    <para>immers nog niet tot het oordeel dat die activiteiten niet mede het sluiten van zodanige</para>
    <para>overeenkomsten omvatten.</para>
    <para>Ter beoordeling staat derhalve of verweerster zich op het standpunt heeft kunnen stellen</para>
    <para>dat Verzekerd Keur aan haar certificatie-activiteiten een zodanige vorm heeft gegeven dat</para>
    <para>het uitoefenen van het schadeverzekeringsbedrijf daarin mede is vervat.</para>
    <para>Met verweerster is het College van oordeel dat het Verzekerd Keur Generiek, zijnde de</para>
    <para>verzekerde kwaliteitsverklaring, zich rechtstreeks richt tot de afnemer, met wie Verzekerd</para>
    <para>Keur evenwel geen contractuele relatie heeft. Blijkens de verklaring en de overgelegde</para>
    <para>voorwaarden voor aansprakelijkheidsaanvaarding verkrijgt de afnemer gedurende tien jaar</para>
    <para>na datum van levering recht op schade-uitkering of herstel door Verzekerd Keur, indien de</para>
    <para>door de deelnemer aan de afnemer geleverde producten niet blijken te voldoen aan de in de</para>
    <para>verklaring gegarandeerde technische specificaties.</para>
    <para>Eveneens juist acht het College de stelling van verweerster dat de verklaring zich richt tot</para>
    <para>de afnemer uit hoofde van de overeenkomst die Verzekerd Keur heeft gesloten met de</para>
    <para>deelnemer. Die overeenkomst strekt blijkens haar tekst tot het formuleren van de</para>
    <para>technische specificaties van producten van de deelnemer, het doorlopen van een uitgebreid</para>
    <para>keuringstraject en het vervolgens uitsluitend nog met een Verzekerd Keur Generiek in het</para>
    <para>economisch verkeer brengen van de producten, onder gelijktijdige overname door</para>
    <para>Verzekerd Keur van de op dat keur aanvaarde aansprakelijkheden.</para>
    <para>Hiervoor is de deelnemer aan Verzekerd Keur per deelnamejaar een vergoeding</para>
    <para>verschuldigd, die ingevolge artikel 5, onder A van de overeenkomst gebaseerd is op de</para>
    <para>door de producent opgegeven (geprognosticeerde) jaaromzet, te behalen met de onder het</para>
    <para>Verzekerd Keur Generiek te leveren prestatie. In onderdeel H van artikel 5 is bepaald dat,</para>
    <para>indien de producent de door hem verschuldigde deelnamevergoeding niet heeft voldaan,</para>
    <para>Verzekerd Keur in geval van schade regresrecht behoudt ten opzichte van de producent.</para>
    <para>Het College kan appellante niet volgen in haar stelling dat deze overeenkomst niet mede</para>
    <para>strekt tot overdracht van het risico van de deelnemer dat de producten niet voldoen aan de</para>
    <para>gegarandeerde technische specificaties aan Verzekerd Keur en dat Verzekerd Keur</para>
    <para>uitsluitend een eigen aansprakelijkheid voor de gedegenheid van haar keuringsactiviteiten</para>
    <para>aanvaardt jegens de afnemer.</para>
    <para>Niet valt in te zien waarom zo'n eigen aansprakelijkheid van Verzekerd Keur, naar</para>
    <para>appellante stelt haar grondslag zou moeten vinden in de overeenkomst tussen Verzekerd</para>
    <para>Keur en de deelnemer.</para>
    <para>De voorstelling van zaken strookt voorts niet met de tekst van de aansprakelijkstelling op</para>
    <para>het Verzekerd Keur Generiek, die ziet op de technische kenmerken van de producten - niet</para>
    <para>op de keuringsactiviteiten - noch met de overgelegde 'Basisprincipes van de Verzekerd</para>
    <para>Keur Systematiek', waarin immers als voordelen voor de deelnemers uitdrukkelijk zijn</para>
    <para>vermeld dat de deelnemers geen onzekerheid meer hebben over afnemersrisico en geen</para>
    <para>eigen risico meer hebben voor schade.</para>
    <para>Bovendien volgt het College verweerster in haar stelling dat er een duidelijk verband</para>
    <para>bestaat tussen de door de deelnemer te betalen vergoeding en de door Verzekerd Keur</para>
    <para>jegens de afnemer aanvaarde aansprakelijkheid, waardoor ten minste een deel van die</para>
    <para>vergoeding het karakter van premie niet kan worden ontzegd. De hoogte van de vergoeding is immers niet gerelateerd aan de aard, de intensiteit en de omvang van de door Verzekerd</para>
    <para>Keur te verrichten keuringsactiviteiten, maar aan de jaaromzet die wordt behaald met de</para>
    <para>onder het Verzekerd Keur Generiek te leveren prestaties, anders gezegd aan het aantal aan</para>
    <para>de afnemers afgegeven aansprakelijkheidsverklaringen. Ook valt niet in te zien hoe het niet</para>
    <para>betalen van de vergoeding kan leiden tot regresrecht ten opzichte van de betrokken</para>
    <para>deelnemer ter zake van schadeplichtigheid van Verzekerd Keur uit hoofde van haar</para>
    <para>aansprakelijkheid jegens een afnemer, indien tussen de vergoedingsplicht van de deelnemer</para>
    <para>en de aansprakelijkheid van Verzekerd Keur geen enkel verband zou bestaan.</para>
    <para>De grief van appellante dat niet sprake is van een 'onzeker voorval' als bedoeld in artikel</para>
    <para>246 WvK stuit af op de door verweerster aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad van 4</para>
    <para>januari 1980, NJ 1984, 305, volgens welke het onzekere voorval dat de schade doet</para>
    <para>ontstaan gezocht kan worden in het "aan het licht komen van het eigen gebrek".</para>
    <para>Mede gelet op hetgeen door verweerster ter zitting omtrent de bestaande rechtspraktijk naar</para>
    <para>voren is gebracht, ziet het College geen grond voor het oordeel dat het, in afwijking van het</para>
    <para>regelend recht neergelegd in artikel 249 WvK, uitsluitend of overwegend verzekeren van</para>
    <para>schade uit eigen gebrek zo uitzonderlijk is dat daarom, ook indien voldaan is aan de</para>
    <para>reguliere kenmerken van het schadeverzekeringsbedrijf in de zin van de Wtv, niettemin</para>
    <para>twijfel zou kunnen rijzen of sprake is van het uitoefenen van zodanig bedrijf.</para>
    <para>Nu de beoordeling van de grieven niet leidt tot het oordeel dat verweerster niet in</para>
    <para>redelijkheid tot het bestreden besluit ex artikel 18 Wtv heeft kunnen komen, moet het</para>
    <para>beroep van appellante ongegrond worden verklaard.</para>
    <para>Het College acht geen termen aanwezig voor een kostenveroordeling op voet van artikel</para>
    <para>8:75 Awb.</para>
    <para>6.      De beslissing</para>
    <para>Het College verklaart het beroep ongegrond.</para>
    <para>Aldus gewezen door mr B. Verwayen, mr C.M. Wolters en mr M. Vlasblom in</para>
    <para>tegenwoordigheid van mr J.J.P. Bosman, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op</para>
    <para>26 april 2000.</para>
    <para>w.g. B. Verwayen        w.g. J.J.P. Bosman</para>
  </parablock>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>